taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

de examensituatie zou passen. Bovendien komen rapporterende teksten volgens haar elders aan de orde: bij het maken van aantekeningen bij de toets mondeling en bij het samenvatten. Deze verdediging maakt een wat gezochte indruk. Aantekeningen hoeven bij de toets mondeling niet gemaakt te worden en over de beoordeling ervan wordt dan ook niet gerept. De samenvatting mag zelf een rapporterende tekst genoemd worden, maar deze is bedoeld als toets voor tekstbegrip en wordt dan ook als zodanig beoordeeld. Hoezeer wij de expliciete aandacht voor argumenteren (en beschouwen) ook toejuichen, een zekere eenzijdigheid kan de voorstellen op dit punt niet ontzegd worden. Aanpassingen zijn nodig: meer argumentatie vóór het voorstel of minder argumentatie in het voorstel.

Bovenstaande kritiek laat onverlet dat wij in het vervolg van onze bespreking uitgaan van het huidige voorstel. Wij stellen daarbij de volgende vragen aan de orde:

Welke leerstof betreffende argumenteren zou, gelet op de exameninhouden, in de bovenbouw van het havo en vwo aangeboden moeten worden? Hoe ziet het onderwijsaanbod voor argumentatie er op dit moment uit?

In de slotparagraaf wordt beschreven welke veranderingen , in het onderwijs bij doorvoering van de CVEN-voorstellen nodig zijn. Tenslotte wordt de haalbaarheid van de voorstellen geëvalueerd.

2. De benodigde leerstof argumentatie

De CVEN geeft een gedetailleerde beschrijving van de vaardigheden en kennis die in het examen getoetst zullen worden. Bij het onderdeel mondelinge taalvaardigheid worden de vereiste vaardigheden en kennis gespecificeerd voor de uiteenzettende of beschouwende voordracht met vragen na en de betogende voordracht met discussie na. Hetzelfde wordt gedaan voor de groepsdiscussie.

Voor het naar voren kunnen brengen van een beschouwende c.q. betogende voordracht is het ondermeer vereist dat er "een duidelijk standpunt wordt bepaald dat met voldoende steekhoudende argumentatie wordt gerechtvaardigd" en dat de inhoud "passend geordend, geformuleerd en gepresenteerd" naar voren wordt gebracht (o.c., 10). Bij het zelf luisteren danwel het met vragen of tegenwerpingen reageren, is het noodzakelijk dat leerlingen "inhoudelijk en vormelijk adequaat" kunnen reageren en dat ze in staat zijn de voordracht te volgen en te beoordelen en "op grond daarvan goed gemotiveerde, geformuleerde en gepresenteerde vragen of tegenwerpingen naar voren kunnen brengen" (o.c., 11).

Bij het onderdeel groepsdiscussie wordt een aantal argumentatievaardigheden nog wat explicieter omschreven. Zo vereist het kunnen leveren van discussiebijdragen "het kunnen geven van (voorlopige) meningen", "het tijdens de discussie kunnen

70

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties