taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

genereren gaat het om het vinden van potentiële argumenten die geschikt zijn voor een ondersteuning van het standpunt, of om het vinden van weerleggingen van mogelijke contra-argumenten. De gegenereerde argumenten zullen in het licht van het tekstdoel en het publiek moeten worden geselecteerd.

Naast het genereren en selecteren moet ook het opstellen van een argumentatie-structuur aan de orde komen: het onderling ordenen van argumenten. Dit betekent dat leerlingen vertrouwd moeten raken met verschillende argumentatiestructuren zoals enkelvoudige, meervoudige, nevenschikkende en onderschikkende argumentatie. Leerlingen moeten daarbij hoofd- en subargumentatie kunnen onderscheiden. Behalve leerstof over het aanbrengen van een argumentatiestructuur is ook leerstof gericht op de presentatie van belang: het duidelijk vaststellen van de fasering van het betoog en het bepalen in welke volgorde (hoofd)standpunt en argumenten in de tekst worden gepresenteerd. En tenslotte zal bij de presentatie van het betoog aandacht moeten uitgaan naar het aanbrengen van argumentatieve verbanden c.q. het expliciteren van de inhoudelijke relatie tussen tussen standpunt en argumenten met behulp van standpuntmarkeringen ('volgens mij', 'mijn argument hiervoor is') en argumentatieve verbindingswoorden ('want', 'dus').

Voor het interpreteren en analyseren van mondelinge of schriftelijke betogen valt de volgende leerstof te onderscheiden. Het interpreteren en analyseren van een betoog houdt in dat moet worden vastgesteld wat precies de geschilpunten zijn die moeten worden opgelost. Daarvoor is de identificatie van standpunten en argumenten vereist. In het onderwijs zal aandacht moeten worden geschonken aan de verschillende standaardtypen van argumentatieve betogen: enkelvoudige en meervoudige, niet-gemengde en gemengde. Enkelvoudige geschillen hebben betrekking op slechts één standpunt en meervoudige op meer dan één standpunt. Bij niet-gemengde geschillen wordt slechts één standpunt naar voren gebracht; in gemengde geschillen, waarbij altijd twee partijen in het geding zijn, worden twee tegengestelde standpunten gegeven. Van belang is daarnaast leerstof met betrekking tot de verschillende argumentatiestructuren en argumentatieve verbanden, zoals hierboven vermeld.

De vaardigheid in het expliciteren van verzwegen argumenten (argumenten die niet in de tekst staan, maar die wel van belang zijn voor een adequate analyse van de betoogstructuur) wordt door de commissie niet expliciet vermeld, maar door de frase op te nemen dat leerlingen in staat moeten zijn relaties te onderkennen die ex- of impliciet tussen tekstonderdelen aanwezig zijn, lijkt de commissie het belang van deze vaardigheid wel te onderkennen.

Het beoordelen van een betoog vereist dat leerlingen kunnen achterhalen hoe standpunt en argument(en) inhoudelijk met elkaar in verband zijn gebracht. In terminologie van de argumentatietheorie betekent dit dat leerlingen in staat moeten zijn de verschillende argumentatieschema's te herkennen, om vervolgens aan de hand van een aantal kritische vragen een oordeel te geven over de aannemelijkheid van het aangebrachte argumentatieve verband (schema). Zonodig zal een

72

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties