taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

redenering ook getoetst moeten worden op logische geldigheid. Geheel buiten beschouwing laat de commissie een belangrijk onderdeel: het onderkennen en beoordelen van drogredenen. Het is niet duidelijk of de commissie dit onderdeel te moeilijk of niet relevant vindt.

Gezien het bovenstaande impliceert het CVEN-voorstel dat er leerstof moet worden aangeboden die betrekking heeft op bijna alle aspecten die een rol spelen bij de produktie en receptie van betogen. Dit roept de vraag op welke leerstof argumentatie op dit moment deel uitmaakt van het onderwijsaanbod in het havo en vwo.

3. Het huidige onderwijsaanbod

Twee zaken zijn bepalend voor het huidige aanbod aan argumentatie-onderwijs: de docenten en de schoolboeken. Het onderwijsaanbod wordt 'vanzelfsprekend door docenten bepaald. Hun opvattingen, belangstelling en vakkennis zijn bepalend voor de inhoud van het onderwijs dat hun leerlingen ontvangen. Docenten worden bij de inrichting van hun onderwijs sterk geleid door de inhoud van schoolboeken (Lagerweij 1973, Griffioen & Damsma 1978). Minstens 90% van de havo- en vwo-docenten Nederlands gebruikt ten minste één schoolboek (Oostdam 1991). In de bovenbouw houden docenten verder vanzelfsprekend sterk rekening met de inhoud van de examens.

Welke leerstof voor argumentatie bevatten veelgebruikte methoden? En welke leerstof wordt daaruit behandeld? Ons antwoord op deze vragen baseren wij op de resultaten van onderzoek naar argumentatievaardigheden en -onderwijs (Emmelot & Oostdam 1990; Oostdam & Emmelot 1988, 1990; Oostdam 1991).

In de onderbouw zijn Functioneel Nederlands, Over en weer en Taal-goed veelgebruikte methoden, in de bovenbouw worden vooral Taaldaden en Over en weer gebruikt. Over het gebruik van Functioneel Nederlands in de bovenbouw was ten tijde van het onderzoek nog weinig te zeggen: deze methode omvat pas sinds 1987 delen voor de bovenbouw. De onderzoeksgegevens hebben dan ook betrekking op een kleine groep docenten.

In schoolboeken voor de onderbouw wordt op zeer elementair niveau leerstof argumentatie aangeboden. Functioneel Nederlands bevat leerstof over feiten en meningen, conclusies, tekstsoorten en tekstdoelen. Deze leerstof staat in dienst van de vakonderdelen tekstbegrip en schrijven. In Taal-goed wordt argumenteren bij het discussiëren behandeld en wordt de procedure voor het schrijven van een betogend opstel uiteengezet. In Over en weer wordt al vanaf het tweede leerjaar een beknopte cursus argumentatieleer aangeboden, gericht op het herkennen van meningen en feiten, argumenten en bewijzen, conclusies, foute redeneringen en argumentatieve verbanden. Taaldaden kent geen onderbouwdelen.

73

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties