In de havo-editie van de veelgebruikte methode Over en weer wordt weinig toegevoegd aan de leerstof in de onderbouwdelen; alleen leerstof over argumentatietypen is nieuw. Op vwo-niveau wordt aanmerkelijk meer aandacht gegeven aan argumentatie. De nadruk ligt op het analyseren van argumentatie. Het merendeel van de Over en weer-gebruikers behandelt de leerstof en vindt deze nuttig.
In Taaldaden is sprake van een geïntegreerde aanpak van de leerstof argumentatie en het onderwijs in schriftelijke taalbeheersing. In de havo-editie is de argumentatieleerstof beperkt, maar deze wordt door vrijwel alle ondervraagde gebruikers behandeld. Op het vwo heeft Taaldaden het grootste marktaandeel. Binnen het onderdeel kritisch lezen komt zowel het analyseren als het beoordelen van argumentatie uitgebreid aan de orde. De helft van de ondervraagde docenten slaat dit onderdeel evenwel over, alhoewel het wel als nuttig wordt gezien.
De leerstof argumentatie die in de hier besproken schoolboeken is opgenomen, wordt door vrijwel alle docenten nuttig gevonden, maar door een niet onbelangrijk deel van de docenten toch overgeslagen. Daarbij komt nog, dat veel docenten de delen voor het eindexamenjaar helemaal niet gebruiken. Een deel van de docenten gebruikt voor sommige leerstofonderdelen argumentatieleer aanvullend materiaal, zoals opdrachten bij zelf verzamelde teksten of oefeningen uit andere schoolboeken. Meer dan de helft van de ondervraagde docenten gebruikt aanvullend materiaal gericht op het schrijven van betogen en de helft van de vwo-docenten gebruikt aanvullend materiaal voor het analyseren van betogen. Het lijkt hier meer om oefeningen in het kader van het eindexamen te gaan, dan om aanvullende argumentatie leerstof.
Taaltaken waarbij een beroep wordt gedaan op argumentatievaardigheden worden binnen het schoolvak Nederlands frequent geoefend. Bij mondelinge taaltaken wordt door havo en vwo-docenten veel aandacht besteed aan het discussiëren of debatteren en aan het houden van een spreekbeurt. Het gezicht van het lees- en schrijfonderwijs wordt vooral bepaald door de examenonderdelen. De tekstverklaring en het schrijven van betogende teksten wordt veel geoefend op zowel havo als vwo, de samenvatting vooral op het vwo. Veel docenten laten hun leerlingen oefeningen gericht op de structuur van betogende teksten en het gebruik van verwijs- en verbindingswoorden maken. Het beoordelen van betogende teksten wordt door minder dan de helft van de docenten geoefend.
Hoewel oefeningen waarbij een beroep gedaan wordt op argumentatievaardigheden een belangrijke plaats innemen in de lessen Nederlands, wordt argumentatie-leerstof lang niet door alle docenten behandeld, ondanks het feit dat 66% van de havo-docenten en 56% van de vwo-docenten kennis van de argumentatieleer belangrijk vinden voor hun leerlingen. Wellicht heeft dit te maken met het feit dat binnen de centraal schriftelijke eindexamens nog geen sprake is van expliciete toetsing vans argumentatievaardigheden, of misschien is het een gevolg van het feit dat docenten overwegend 'niet zo veel' kennis van de argumentatieleer hebben.
75