taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 5 | Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1992)


Bijdrage: Spreken en luisteren: het debat (Sylvia Erlings & Wilma Groeneweg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Sylvia Erlings en Wilma Groeneweg SPREKEN EN LUISTEREN: HET DEBAT

In dit verslag geven we allereerst aan hoe wij gekomen zijn tot het ontwikkelen van een lessenreeks 'debatteren' en wat onze uitgangspunten daarbij waren. Vervolgens schetsen we een beeld van het debat in de praktijk en beschrijven we waarom het debat een prettige werkvorm is die leerlingen gemotiveerd bezig houdt met spreken en luisteren.

Het debat maakt deel uit van een lessenreeks spreek- en luisteronderwijs die wij ontwikkeld hebben in opdracht van de Stichting Leerplanontwikkeling. Dit lesmateriaal is zo opgezet, dat vanaf de brugklas aandacht besteed wordt aan bepaalde kennis en vaardigheden, waardoor het debat tot de mogelijkheden behoort in het derde jaar.

Waarom een reeks spreek- en luisteronderwijs? Docenten zien over het algemeen wel het nut in van spreek- en luisteronderwijs, maar luisteren en spreken zijn vaardigheden waaraan op school nog weinig gericht aandacht wordt besteed. In 1987 is Uit een enquête gebleken dat ruim 60% van de ondervraagde docenten luistervaardigheid een zinvol onderdeel van het schoolonderzoek vindt, maar dat ruim 46% van de docenten op havo en vwo hierin geen onderwijs geeft. 83% van de ondervraagden vindt het zinnig aandacht te besteden aan spreekvaardigheid, toch wordt door ongeveer 30% geen gericht spreekvaardigheidsonderwijs gegeven (Meindersma en Zaalberg, 1989).

De redenen waarom docenten, ondanks het feit dat ze het zinvolle vaardigheden vinden, betrekkelijk weinig tijd inruimen voor deze vakonderdelen, zijn legio (zie bijlage 1).

Het begint al met praktisch-organisatorische problemen: grote klassen waardoor de docent veel lestijd kwijt is om iedereen aan bod te laten komen; daardoor kan het idee ontstaan dat er te weinig tijd overblijft voor andere vaardigheden. Verder, zijn er klachten over het materiaal: er is te weinig goed lesmateriaal, een goede leerlijn opbouw en didactiek ontbreken. Het bestaande materiaal biedt weinig differentiatie- en reflectiemogelijkheden. Een docent kan zich onwennig voelen mondelinge vaardigheden te geven. De docent die spreek- en luisteronderwijs geeft, vervult namelijk een andere rol in de klas, hij is meer begeleider dan kennisoverdrager. De sfeer in de klas kan rumoerig zijn als de leerlingen bijvoorbeeld in groepsoverleg aan het werk zijn. Bovendien worden veel docenten geconfronteerd met leerlingen die nogal lacherig reageren op spreek- en luisteronderwijs, want 'dat kunnen we toch al? Dat doen we al jaren. Wat valt daar

79

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties