taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 5

Vijfde conferentie Het Schoolvak Nederlands
P.M. Nieuwenhuijsen
1992
270 pagina's

dat het niet altijd zo gedaan wordt en tekent hij op het bord nog enkele voorbeelden van hoe alinea's gescheiden kunnen worden. Vervolgens dicteert hij de volgende tekst:

leraar:   De tekst bestaat uit vijf alinea's.

De leerlingen moeten ook aangeven van waar tot waar de alinea's lopen. Verschillende leerlingen vragen hoe ze dit moeten opschrijven of vragen goedkeuring voor wat ze al hebben opgeschreven.

leraar. Je moet proberen om heel overzichtelijk te werken. Tenslotte moet een stel van jullie naar de leao straks en dan moet je toch al heel overzichtelijk kunnen werken. Daar word je een beetje een kantoorfrikje hè.

Hier wordt duidelijk verwezen naar de achterliggende gedachte van de lessen, namelijk zo leren werken dat je er later in je vervolgopleiding of werk iets aan hebt. Het betreft dan het aanleren van vaardigheden die niet specifiek zijn voor het onderwijs Nederlands.

De tweede vraag die aan de orde komt, gaat over de Condor. De leraar dicteert het juiste antwoord inclusief de regelnummers waar het antwoord te vinden is. Dit lokt protesten uit. De leraar reageert:

leraar: Ja, het is nou even om te trainen. Net als bij voetbal, misschien zit je daar wel bij, daar moet je ook allerlei dingetjes voortdurend inoefenen. Nou, dat is met teksten niet anders. Ja, tekstverklaring is echt heel precies dingen aanleren.

De achterliggende bedoeling van de lessen klinkt ook hier duidelijk door: net zolang oefenen totdat het trucje beheerst wordt. Belangrijk is het onder de knie krijgen van een bepaalde techniek. Andere zaken die in het onderwijs Nederlands een rol spelen, worden hieraan ondergeschikt gemaakt, althans in deze lessen.

Illustratief is ook het volgende stukje. Een vraag uit het boekje gaat over het eetgedrag van condors. Een leerling merkt een inconsequentie op in de tekst die daar over gaat, namelijk de zin 'condors eten dode dieren, dode lama's en paarden'. Hierop volgt de volgende dialoog:

leerling: Als ze nou gewoon dode dieren neerzetten, nu is het dubbelop.

leraar: Ja, weet ik, is eigenlijk een beetje dubbelop hè. Toch wil ik jullie iets aanleren. Meestal is het gebruikelijk om het letterlijk uit de tekst over te nemen, en ook al ben ik het met je eens dat dode dieren ook al dode lama's zijn, probeer het toch maar zo letterlijk mogelijk uit de tekst te doen.

Ook hier wordt de leerlingen voorgehouden dat ze niet moeten afwijken van het vaste aan te Ieren patroon, namelijk precies datgene opschrijven wat de tekst zegt, ook al heeft de leerling volkomen gelijk als hij wijst op de redundantie in de tekst.

9

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties