taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

Zo werden vormen van navorming gegeven door de collega's, die vrij de werkwijze en de werkvorm konden bepalen. Eerst volgde een 'demonstratie'. Daarna was er tijd om over de aangebrachte inhoud en methode van gedachten te wisselen. De deelnemende collega's waren vrij de nieuwe methode, de nieuwe werkvorm in te passen in hun eigen programma, wat overigens heel vaak gebeurde.

Deze formule heeft het jarenlang gedaan. Een van de verklaringen daarvoor lag in de omkadering van de vergaderingen: op vraag van alle deelnemers vonden die om 8 uur 's avonds plaats bij een hapje en een drankje. Omstreeks 10 uur werd er gestopt. Na de vergadering werd er veelal tussen pot en pint nagepraat. Van elke vergadering kwam er een verslagje.

Het nadeel van deze werkwijze was dat nogal eens dezelfde mensen 'de kar moesten. trekken' of dat na verloop van tijd de vakgroep 'droog viel'. Dan werd er een beroep gedaan op externe vakdeskundigen.

Het grote pluspunt van deze manier van werken was dat de leden van de vakgroep heel veel van elkaar leerden. Het was een vakgroepwerking die eigenlijk een vorm van navorming was, altijd heel concreet, heel bruikbaar, vanuit een reële vraag van de groep, vanuit de ervaring van de leraren. De werkcondities van Vandenberghe werden zo in het veld met succes toegepast. De navorming in eigen huis, als het ware.

5.7. De samenwerking van laag tot hoog

In de fasering moet de vakgroep ook komen tot verticale vakgroepwerking: b.v. een analyse van het leerplan moet weliswaar eerst binnen de graden gebeuren. Maar de vragen naar de beginsituatie van de leerlingen en de procesmatige aanpak van vaardigheden overstijgen al snel de graad-vakgroep en dwingen tot een aanpak over de jaren en de graden heen.

Dikwijls doet de opdracht van leraren hen spontaan graad-overstijgend denken: heel wat collega's geven in meer dan één graad les: b.v. in het tweede en het derde leerjaar. Zo ontstaat er automatisch een band tussen de eerste en de tweede graad. In de toekomst zullen vakgroepen vanuit de 'segmentale school' en de eisen van de 'eindtermen' niet anders kunnen dan verticaal of ... longitudinaal werken.

5.8. De samenwerking in de breedte

De onderwijspraktijk leert dat de meeste Vlaamse leraren een tweede vak geven. Dikwijls is dat Engels, Duits of geschiedenis. Tijdens vakvergaderingen van b.v. Nederlands leggen ze dan vanuit hun vorming en onderwijspraktijk spontaan parallellen met de andere vakken die ze geven. Tenslotte worden ze ook daar geconfronteerd met grammatica, de communicatieve vaardigheden, de taalvaardigheden, literatuur ... in andere taalvakken.

10

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties