taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: Het leerplan schoolse taalvaardigheden (Maaike Hajer en Theun Meestringa)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Maaike Hajer en Theun Meestringa

HET LEERPLAN SCHOOLSE TAALVAARDIGHEDEN

Schoolse taalvaardigheden moeten een plaats krijgen in de lessen Nederlands. Om docenten daarbij te ondersteunen ontwikkelt het SLO-project Nederlands als tweede taal onder andere een leerplan Schoolse Taalvaardigheden. In deze bijdrage gaan we in op het ontstaan en de inhoud van dit leerplan. Daartoe behandelen we achtereenvolgens de volgende vragen:

Op welke vraagstukken moet het leerplan een antwoord geven?

Welke plaats heeft het leerplan in de produkten van het project?

Wat zijn schoolse taalvaardigheden?

Welke kenmerken heeft het leerplan?

Wat is de inhoud van het leerplan?

Wat is de plaats van een leerplan schoolse taalvaardigheden in het schoolprogramma?'

1. De vraagstukken

In het project richt men zich op gevorderde tweede-taalleerders, dat wil zeggen op leerlingen die (een groot deel van) het basisonderwijs op scholen in Nederland hebben doorlopen en waarvan velen in het voortgezet onderwijs problemen ondervinden. Deze leerlingen presteren gemiddeld lager dan hun van huis uit Nederlandstalige klasgenoten, ze stromen meer 'af naar lagere vormen van het voortgezet onderwijs en verlaten het onderwijs relatief vaker zonder diploma.

Deze belemmerde schoolloopbaan wordt voor een deel veroorzaakt door de eisen die bij de diverse vakken gesteld worden aan hun taalvaardigheid, maar dat is niet het enige knelpunt. De voorspoedigheid van hun schoolloopbaan hangt bijvoorbeeld ook af van de mate en kwaliteit van de steun die ze thuis krijgen bij het maken van het huiswerk en van het perspectief dat de leerlingen voor zichzelf zien in de Nederlandse maatschappij. Ze zitten op school 'voor later', maar als ze geen relatie zien tussen hun toekomst en het onderwijs, wordt het voor hen lastig gemotiveerd te blijven.

Voor een deel hebben de problemen echter wel een taalachtergrond; hun Nederlandse woordenschat is naar schatting 25% of meer kleiner dan die van hun 'autochtone' klasgenoten. Het is slechts in beperkte mate mogelijk om binnen het vak Nederlands (als tweede taal) die woordenschat uit te breiden. De selectie van de woorden die nodig

109

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties