taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: Toetsing: taal en kennis, taalkennis (Korrie van Helvert & Maarten Koch)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Bij deze figuur worden de volgende vragen gesteld:

(1) Wat stelt dit schema voor?

(2) Schrijf drie voedselketens uit dit schema volledig op

  1.    

  2.     c:

(3) Zet een door jou opgeschreven voedselketen om in een voedselpiramide:

(4) Waarmee beginnen alle voedselketens? Waarom?

(5) Welke organismen zijn de planteneters in dit schema?

(6) Welke organismen zijn de vleeseters in dit schema?

(7) Welke populatie is het grootst en welke populatie is het kleinst? Waarom?

(8) Vormen de hierboven genoemde organismen een levensgemeenschap? JA/NEE

Kenmerkend voor de vorm van deze opgaven is het feit dat bij alle opdrachten de antwoordruimte gegeven is - de stippellijnen in het kader komen overeen met de werkelijk gegeven antwoordruimte. Veel van deze vragen lokken duidelijk geen lange, coherente teksten uit en als dat wel het geval is, dan nog wordt de ruimte beperkt.

Wat verder opvalt aan deze vragen is dat het hier voornamelijk gaat om het benoemen van elementen: 'hoe heet:..?' of 'hoe noemen we...?'; het kunnen toeschrijven van kenmerken: 'welke zijn de vleeseters?'. Slechts in een tweetal gevallen moet er beredeneerd worden, een motivatie worden gegeven: In veel gevallen is het ook mogelijk de informatie direct uit het gegeven schema af te lezen, bijvoorbeeld de vraag over de vlees- en planteneters en de opdracht om voedselketens uit het schema op te schrijven: Voor dit laatste is evenwel een vereiste dat de leerling de definitie, de inhoud van het begrip voedselketen kent. Een vaardigheid die hier van de leerlin-

139

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties