taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: Computer-ondersteuning bij procesgericht schrijfonderwijs (Bart van der Leeuw)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

De schrijfopdrachten en het hulpprogramma vormen een geïntegreerd geheel met de tekstverwerker. Deze integratie is ook op het scherm zoveel mogelijk doorgevoerd. Wanneer het programma 'WordKind Opdrachten' eenmaal is gestart, is voor de leerling onmiddellijk het volgende duidelijk:

je werkt met de tekstverwerker WordKind (zie titelbalk en de herkenbare knoppenbalk);

je werkt aan een bepaalde schrijfopdracht, in dit geval de opdracht RIJKWAS (zie titelbalk van programma en de titelbalk van het hulpvenster);

met het oog op die schrijfopdracht kun je gebruik maken van zes soorten hulp, te weten 'Opdracht', 'Schema', 'Voorbeeld', 'Commentaar', 'Correctie' en 'Opmaak' (zie de onderverdeling van het hulpvenster).

De zes soorten schrijfhulp zijn op te roepen door op een van de zes vakjes in het schrijfhulpvenster te klikken. Waarvoor kun je die hulp gebruiken? Om een antwoord op deze vraag te geven kijken we nog eens terug naar het didactisch fasenmodel. Van elke fase geef ik een korte omschrijving. Bovendien geef ik aan welke module uit het hulpprogramma bij die fase past.

3.3. Fase Oriëntatie

De oriëntatie vindt plaats tijdens de klassikale introductie aan het begin van iedere schrijfopdracht. Het doel ervan is de leerlingen te motiveren voor de schrijftaak en te oriënteren op het onderwerp waarover geschreven wordt (stofvinding) en op de schrijfopdracht. Er wordt aan de hand van een (voor)gelezen stimulustekst gepraat over het schrijfonderwerp.

Deze fase gaat vooraf aan het computergebruik. Er is geen ondersteunende hulpmodule voor.

159

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties