taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: 't is zo moeilijk woorden te vergeten (Remko van Loon en Olga Orman)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

2. Waarom 'vertellen'?

De vraag luidt: is het mogelijk in de eerste klas van het voortgezet onderwijs zodanig spreek- en luisteronderwijs te geven dat iedere leerling kan worden geholpen en beoordeeld? En waar de traditionele spreekbeurt afvalt, omdat deze nauwelijks als spreekvorm voorkomt in het dagelijks leven en - zie de inleiding - ook niet voldoet aan de doelen die de leerkracht zich stelt: welke vorm dient aan deze lessen te worden gegeven?

Een project 'kaftje kijken' (bedoeld om leerlingen aan te zetten tot het lezen van jeugdliteratuur) leidde tot een gesprek over de belangstelling en de taal van de leerlingen. Hoeveel van mijn leerlingen hebben nog jarenlang geluisterd, naar een vader of moeder die ze voorlas? Ouders die zelf verhalen vertellen, heb ik zelden of nooit ontmoet: ik herinner mij er één. Sesamstraat (jawel, heel verantwoord), cassettebandjes en game-boys houden de kinderen zoet, tijdens het eten koken of vóór het naar bed gaan. En in het onderwijs? En waarom veronderstelt een journaliste dat 'vertellen' niet meer van deze tijd is?

Bijna als vanzelf kwam in dit gesprek het vertellen ter sprake: de overeenkomsten tussen orale en jeugdliteratuur, het belang van vertellen (en voorlezen) voor de culturele en taalontwikkeling van het kind en dus ook voor zoiets belangrijks als 'begrijpend lezen', alsmede de orale traditie van meertalige leerlingen en het feit dat deze en andere leerlingen bijzonder gediend zijn bij het verwoorden van wat zij moeten leren of geleerd hebben.

Via een lijst van het NBLC kwam ik bij Olga Orman van KOM-OP' en via De Balie bij Anne van Delft2. KOM-OP staat voor Kommunikatie- en Onderwijsprojekt, een stedelijk project in het kader van het onderwijsvoorrangsbeleid in Amsterdam. Olga Orman stelt het voor:

"Het KOM-OP project stelt zich tot doel de ontwikkelingskansen van Surinaamse, Antilliaanse en Arubaanse kinderen te vergroten. De activiteiten zijn gericht op het vergroten van ouderbetrokkenheid en -participatie in het onderwijs, leermiddelen- en methodiekontwikkeling, en deskundigheidsbevordering van onderwijsgevenden.

Als le klas-leerkracht in de Bijlmermeer in de 70-er jaren ontdekte ik al gauw dat ik niet alleen uitkwam met het Duimeliesje-verhaal bij het aanvankelijk leesprogramma. Mijn klas was multi-etnisch en multi-lingual. Ik greep intuïtief naar verhalen die mij als kind verteld werden door mijn grootmoeder. Verhalen van de spin Kompa Nanzi. Ik zag herkenningslichtjes in de ogen van mijn Surinaamse leerlingen. Maar ik zag ook vraagtekens. Na het verhaal brandde de discussie los. "Juf, die vrouw heet toch Ma Akoeba en niet Shi Maria?" Ik ontdekte dat deze verhalen dus ook elders verteld werden, maar dan anders. De Surinaamse leerlingen vertelden hun varianten. We haalden 'de boom', die aangeleerd moest worden uit de verhalen. Mijn ontdekking

169

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties