taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: Woordenschatbeheersing aan het eind van het voortgezet onderwijs (Guust Meijers)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

 

 

allochtoon

autochtoon

totaal

LBO

6

881

11

309

9

145

MAVO

9

788

13

528

11

447

HAVO/VWO

16

868

18

229

17

578

totaal

12

719

15

478

14

074

Tabel 5: woordomvang

6. Conclusies

De algemene conclusies die we uit deze gegevens kunnen trekken, zijn dat de beheersing van de woordenschat stijgt naarmate het schoolniveau hoger is, hetgeen op zich geen opmerkelijk gegeven is.

Vervolgens kunnen we constateren dat de woordkennis van de allochtonen in veel gevallen geringer is dan die van de autochtonen, maar dat dit verschil in een aantal gevallen de neiging heeft af te vlakken naarmate het schoolniveau hoger is. Deze conclusie komt perfect uit bij het onderdeel woordomvang. Het effect werd ook gevonden in de toets met hoog- en laagfrequente betekenissen maar niet bij de kennis van het formeel register en de voorzetsels. In het laatste geval zijn de verschillen op alle niveaus ongeveer even groot.

In globale zin is dus op basis van de gegevens de stelling verdedigbaar dat er een zekere parallellie bestaat tussen het aantal woorden dat men kent en de kwaliteit van woordkennis, tenminste als die gemeten wordt op de wijze waarop we dat in dit onderzoek deden.

Uit het onderzoek van Sanders (1990) dat we hierboven al aanhaalden, bleek dat allochtonen bij intrede in het voortgezet onderwijs minder woorden kenden dan autochtonen. Deze gegevens laten zien dat dit verschil zeker niet in alle gevallen is verdwenen aan het eind van de schoolperiode. In algemene zin heeft ook het voortgezet onderwijs dus niet het effect gehad dat de verschillen gaandeweg verdwijnen. Een uitzondering daarop zijn in zekere mate de hogere schoolniveaus VWO/HAVO. Hier vervlakken de verschillen tussen deze beide groepen. Je kunt je echter de vraag stellen of dit het gevolg is van het onderwijs of het leervermogen van de kinderen die ervoor zorgen dat verschillen kleiner worden of dat het kleinere verschil aan het eind het gevolg is van het selectieve karakter van dit type onderwijs.

Alvorens af te sluiten, werpen we nog een nadere blik op de resultaten van de toets die de kennis van het aantal woorden meet. Naast kwantitatief georiënteerde vragen die we hierboven bespraken, kunnen we ook enkele meer kwalitatieve vragen stellen

219

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties