taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: Effectief moedertaalonderwijs (Ron Oostdam & Gert Rijlaarsdam)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

U herinnert de kinderen aan de gespreksvaardigheden en de vaardigheden in het leiden en samenvatten van een gesprek (zie kaart gespreksvaardigheden en opmerkingen). Deze vaardigheden zijn in de vorige leerjaren herhaaldelijk geoefend. Een belangrijk hulpmiddel bij het samenvatten is het aantekeningen maken. Ook deze vaardigheid bespreekt u even (zie opmerkingen).

Hiermee hadden de auteurs kunnen volstaan; informatie over het thema 'De bewoonde wereld' is verzameld en taken zijn verdeeld in de klas: er zijn samenvatters, er is een gespreksleider en er wordt een oefenmogelijkheid geboden (het kringgesprek zelf). Maar de auteurs gaan blijkbaar uit van het standpunt dat strategietraining zonder reflectie niet waardevol (genoeg) is. Daarom stellen zij ter afronding van de les voor het kringgesprek zelf tot object van reflectie te maken:

afronding

bespreking

Na het kringgesprek geven de samenvatters aan de hand van hun aantekeningen hun samenvatting.

U praat met de kinderen over het verloop van het gesprek. Hield iedereen zich aan de gespreksvaardigheden? Hoe ging het samenvatten?

Opvallend is dat de richtvragen voor de afronding het proces betreffen: er wordt niet gevraagd naar de kwaliteit van de bijdragen of de samenvattingen, maar naar het hoe. Leerlingen verwerven op die manier de mogelijkheid naar taalgebruiksprocessen te kijken en over taalgebruiksprocessen te praten.

Het zal duidelijk zijn dat de docent die zich alleen richt op de kern (hij voert het kringgesprek uit over de bewoonde wereld) heel iets anders met leerlingen en leren voor heeft dan de docent die de situatie van het kringgesprek gebruikt om taalvaardigheidsleerdoelen te bereiken. Met minimale extra tijdsinspanning wordt veel meer geleerd en onderwezen dan de hoofdactiviteit, het kringgesprek zelf, zou doen vermoeden.

Leesonderwijs

In Taalkabaal troffen we een interessante leesles aan (E2, thema 8, week 1, les 7). De kern van de les is een tekst met acht vragen:

  1. Wat verkoopt Anton?

  2. Is het de eerste keer dat Godfried Klepperbeen een klap krijgt van Anton?

  3. Zou de kinderjuffrouw (De Vrome) echt blind zijn? Waaruit kun je dat opmaken?

  4. Is het druk op de brug waar Puntje en de kinderjuffrouw staan te bedelen?

  5. Waar had Anton het geld voor nodig?

  6. Waar stopten Puntje en juffrouw De Vrome het geld dat zij kregen?

  7. Wat zou Puntje stiekem in Antons hand gestopt hebben?

  8. In de zin (regel 78-79) staat: "Ik draag bottines". Wat zouden bottines zijn?

Een tekst met vragen: kan het traditioneler? Wat leren leerlingen daar van? De leerlingen lezen de tekst en maken de vragen en vervolgens bespreekt de docent de antwoorden op de vragen. De leerlingen verbeteren de foutieve antwoorden en daarmee is de les rond.

229

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties