taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: Leescultuur bij de middelbare scholier (Freddy De Schutter)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

door schooldirecties en pedagogische begeleiders nog repressief opgetreden? Een korte blik op de handboeken literatuur die momenteel in het vrij onderwijs circuleren, volstaat. Het antwoord is duidelijk: nee. Maar er is meer. In de commissie die het nieuwe leerplan moet opstellen en waarvan ik incidenteel de vergaderingen wel eens bijwoon, heb ik nooit één repressief geluid gehoord of zelfs maar een suggestie in die richting mogen opvangen. Het is en blijft een feit dat zestig procent van onze leerlingen uit zichzelf nooit naar een boek grijpt. Als docenten iets aan die zestig procent willen doen, dan zullen ze de moed moeten opbrengen om eisen te stellen. De ervaring leert dat leerlingen, wanneer ze ertoe gedwongen worden, best bereid en in staat zijn om literatuur van velerlei soort te verwerken.

1. Een overzicht van hoe leerlingen de Nederlandse literatuur ervaren

Bovenaan staat onbetwistbaar Willem Elsschot. Dit is al jaren het geval, zonder dat er ook maar enig spoortje van verlauwing in belangstelling of appreciatie te constateren valt. Elsschot valt bij iedereen goed, zowel bij de literatuurfanaten als bij die leerlingen, die alleen op commando een boek willen openslaan. Alleen over de titels bestaat discussie. Villa des Roses scoort het hoogst, op de voet gevolgd door Een ontgoocheling, De verlossing, Het dwaallicht, Lijmen, Het been. Tsjip spreekt veel minder aan. Pensioen en Kaas worden als vervelend en oninteressant ervaren.

Hoog in de gunst ligt ook De aanslag van Harry Mulisch. Vooral de helderheid en de leesbaarheid van dit boek, waarachter dan toch diepe inhouden schuilgaan, worden sterk geprezen. Twee vrouwen krijgt een matige waardering, Het stenen bruidsbed is voor de gemiddelde lezer uit het middelbaar onderwijs nauwelijks te verteren.

W.F. Hermans ligt goed in de markt. Maar de waardering schommelt nogal van boek tot boek. De donkere kamer van Damocles ligt goed in de markt. De boodschap wordt, na enige begeleiding, perfect begrepen. Uiteraard gaat van het oorlogsromanachtige karakter van dit boek een grote aantrekkingskracht uit. Maar het blijft een prettig en stimulerend feit, dat ook zogenaamd moeilijke boeken leerlingen kunnen boeien en fascineren. De vraag 'of Dorbeck nu al dan niet bestaat', wordt ook buiten de academische kringen gesteld en daar kan eenieder, die het goed voor heeft met de literatuur, zich alleen maar over verheugen.

Claus blijft voor leerlingen van het middelbaar onderwijs een hermetische en lastige auteur. Boeken als De hondsdagen, Omtrent Deedee en De Verwondering wekken weinig geestdrift op. De leerlingen begrijpen nauwelijks waarover het gaat, beklagen zich over de geringe leesbaarheid en brengen weinig waardering op voor wat de kritiek de gelaagde structuur van Claus' teksten noemt.

Ivo Michiels is een dominee voor een kleine kerk, maar de gelovigen zijn van het harde, onverzettelijke type. Leerlingen, die voor Michiels kiezen, behoren meestal tot het bestand van de vroegrijpen, ze hebben een vaag altematieve achtergrond en ze weten wat ze willen.

259

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties