taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

begripsanalyse de nodige aanvullingen te geven (iemand, iets) en deze vervolgens zelf in te vullen. Een resultaat kan zijn: Mijn vriendin fietst of De directeur van de faculteit vertelde de studenten dat de Vrije Studierichtingen opgeheven werden.

Nadat de leerlingen hebben geleerd een activiteit of toestand te verbinden met alleen die spelers die nodig zijn, moeten zij antwoord geven op een aantal specifieke vragen: allereerst vragen die plaats en tijd en (mogelijk) instrument nader bepalen:

  1.    waar precies?

  2.    wanneer precies?

  3.    waarmee?

Wanneer zij deze vragen stellen aan Mijn vriendin fietst, dan kan als zin verschijnen: Mijn vriendin fietst vandaag op haar mountainbike over steile bergwegen.

Nieuwe betekenissen kunnen volgen als bepaalde antwoorden op bepaalde vragen, zoals

  1.    hoedanigheid (hoe?)

  2.    reden (waarom?)

  3.    gevolg (tot welk effect?)

h.   voorwaarde (onder welke voorwaarde?).

Stellen ze een of meer van deze vragen aan het al eerder verkregen resultaat, dan kan er een zin ontstaan zoals Mijn vriendin fietst tot mijn schrik (gevolg) op haar mountainbike langs steile bergwegen omdat zij eindelijk vakantie heeft (reden).

Ze leren op deze wijze expliciet, dat activiteiten en toestanden samenhangen met andere; dat deze samenhangen te maken hebben met verbanden, zoals die van oorzaak en gevolg, die ze in de werkelijkheid kunnen opmerken.

1.4. Van opbouw naar ontleding

Hiervoor staat beschreven hoe leerlingen zinnen leren opbouwen volgens een bepaalde methode. Op dezelfde wijze leren ze daaropvolgend of in een later stadium zinnen analyseren. Zoals hij al vaker heeft gedaan, geeft de leraar een werkwoord als uitdrukking van een bepaalde activiteit of toestand, b.v. vertellen. Hij zegt dat hij daarmee een zin heeft gemaakt en dat zij dat ook moeten doen, methodisch, volgens de werkwijze die ze geleerd hebben. Dus: vermeld de noodzakelijke aanvullingen, vul iemand of iets in, en vraag naar bijkomende betekenissen van plaats, tijd enz. Het resultaat dat zij bereiken, kan een zin zijn als De directeur van de faculteit vertelde gisteren de studenten onverwacht dat de Vrije Studierichtingen opgeheven zouden worden, zodat die mogelijkheid voor hen voortaan afgesloten was. Daarna geeft hij ze de zin die hij gemaakt heeft, namelijk Toen het al laat was, vertelde hij zijn ouders tot hun verdriet dat hij niet geslaagd was. Hij vraagt ze, na te gaan, of in beide zinnen dezelfde aantal spelers en dezelfde aanvullende betekenissen' staan. De vraag hoeft de leerling niet voor problemen te stellen, ook niet als de zinnen in vormgeving van elkaar verschillen. Wat ze namelijk kunnen doen, is de invulling

26

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties