Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)

Bijdrage: De ballade. Het discours over en in literatuur (Ronald Soetaert)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

door de leerlingen zelf gevonden worden (indien de leerlingen de tragedie als genre of Antigone als tekst kennen).

Aard van het conflict is typisch voor de Griekse tragedie: "het gaat om de confrontatie tussen een menselijk gelijk enerzijds (dat van de heldin) en een boven haar gesteld gelijk (God, de wetten, het noodlot) anderzijds". (Van Buuren & Wackers 1985: 83). Zoals in Antigone gaat ook hier een vrouw tegen het uitdrukkelijke verbod in om haar geliefde te begraven.

Interpretatie

In een volgende fase wordt de interpretatie verder uitgediept. De vragen die hierboven - als reconstructie van de inhoud - gesteld werden, worden verder geproblematiseerd. In wat volgt, inventariseer ik een aantal mogelijke vragen:

Wie is de man die spreekt en wie is de man waarover gesproken wordt? (Ook uit de literaire kritiek blijken een aantal mogelijkheden i.v.m. de man die spreekt: haar officiële geliefde, een jaloerse rivaal, de officiële huwelijkskandidaat..; de man waarover gesproken wordt: een geheime geliefde, een verboden verhouding...?)

Waarom zou in die tijd een liefdesverhouding verboden kunnen zijn? Tot welke sociale klasse behoort het meisje (zie ook later in de ballade)?

Wat zegt ze over haar geliefde als antwoord op het verzoek van de aanbidder? Waarom liegt zij?

Wat verwacht je dat een vrouw doet na zo'n tragische ontdekking?

Herhaling: Wat doet de vrouw uit de ballade? Waar gaat ze heen? Waar spreekt ze? Wat vraagt ze? Wat antwoorden de heren? Wat wil ze dat die ridders voor haar doen? Waarom zou ze zoiets in het openbaar vragen (openbare karakter van de ruimte wordt beklemtoond: de ridderzaal, en daardoor de openbaarheid van haar vraag)? Waarom zwijgen de ridders? Waarom weigeren zij haar te helpen? Hoe reageert zij hierop? Wat doet zij? Hoe eindigt het verhaal?

Via de vraagstelling kunnen ook tegenstellingen in de ballade aan het licht komen: Waar & wanneer kan dit fragment zich afspelen? Waar (op straat? in de slaapkamer?)? Wanneer ('s ochtends)? Hierbij kan dus de dag & nacht-tegenstelling als een weerspiegeling van de officiële orde versus de verborgen/verboden wereld getoond worden. De leraar kan wijzen op het alba-motief, het dageraadslied waarin een liefdespaar bij het aanbreken van de dag uiteen moet na een nacht van 'verboden' liefde.

Hierbij past verdere vraagstelling naar het karakter van de geheime relatie: Waarom die geheimhouding? Wat verwijt ze haar dode geliefde? (de vrouw zelf heeft de relatie wel vermeld maar zonder namen te noemen, zij blijft discreet;, de man heeft duidelijk gepocht met zijn verovering en heeft zo de relatie openbaar gemaakt, cfr. de uitspraak van het meisje "dat heeft gedaen u roemen".). De taal speelt hier een belangrijke rol, specifiek de rol van het spreken en het zwijgen: Wat vraagt de vrouw precies aan de

268