taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: Spreken en luisteren in het moedertaalonderwijs (Marjo Willems & Virgie Withagen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

openstaan voor wat de spreker te zeggen heeft; proberen om alle feiten te onthouden) bespreken en aangeven op welke manieren de leerlingen hun luistervaardigheid kunnen vergroten.

1.4. Voorbereiden op de luistertaak

We luisteren in het dagelijks leven altijd met een doel en met bepaalde verwachtingen; gewoonlijk hebben we van tevoren al een idee van de inhoud, de mate van formaliteit etc.. van het gesprek of de toespraak die we gaan horen. De bestudeerde buitenlandse auteurs zijn het er dan ook over eens dat de leerlingen, voorafgaand aan een luistertaak, informatie moeten krijgen over inhoud, situatie en spreker(s).

Er zijn verschillende manier om de leerlingen voor te bereiden op het luisteren: de leerlingen moeten - voordat ze gaan luisteren - vertellen wat ze al weten over het onderwerp; de leerlingen bestuderen vóór het luisteren een foto of tekening of lezen een advertentie; de leerlingen stellen vragen op waarop de tekst een antwoord moet geven; de leerlingen moeten - voordat ze gaan luisteren - over het onderwerp discussieren.

1.5. Visueel ondersteunend materiaal

Over het algemeen is men het er ook over eens dat het aanbeveling verdient om bij luistervaardigheidsonderwijs méér met videobanden en/of 'live speech' te werken dan momenteel in de lespraktijk gebruikelijk is. In alledaagse luistersituaties speelt namelijk meestal niet alleen een auditieve, maar ook een visuele context een belangrijke rol bij het verwerken van de beluisterde informatie: we kunnen de spreker met zijn mimiek zien. Luisteren naar audio-banden blijft echter ook noodzakelijk: bij het luisteren naar het weerbericht op de radio kunnen we immers geen gebruik maken van visuele ondersteuning.

1.6. Onmiddellijk reageren

In veel gevallen moet je als toehoorder onmiddellijk reageren op datgene wat gezegd wordt, bijvoorbeeld door middel van het stellen van vragen. Bij de huidige luistervaardigheidstraining wordt er echter vaak slechts een antwoord verwacht aan het eind van een lang stuk tekst, waardoor er een groot beroep wordt gedaan op het geheugen. Dergelijke oefeningen zijn ook wel nodig - luisteren naar een lange tekst komt immers in het dagelijks leven bij lezingen voor - maar volgens de bestudeerde auteurs moeten de meeste luisteroefeningen gebaseerd zijn op korte antwoorden (verbaal of non-verbaal) gedurende of tussen de verschillende luisterpassages.

Wanneer men de opvatting is toegedaan dat een luistertaak onmiddellijk reageren mogelijk moet maken, dan betekent dit ook dat taken die veel lees- (mc-vragen) of schrijfwerk vereisen, gemeden moeten worden. Er dient gewerkt te worden met

279

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties