taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

Wanneer de leerling wat meer gevorderd is in het theoretisch model weet hij dat hij volgens dat model zich ook de volgende vragen kan stellen:

aanrijding (aanrijden): hij reed iets of iemand aan: wie of wat?

waardoor reed hij iets of iemand aan?

met welk gevolg?

met of zonder getuigen?

Het blijkt dat het artikel al deze vragen beantwoordt, maar een bepaald soort gevolg veel aandacht geeft: de nasleep en consequenties van de aanrijding, te weten procesverbaal, aanhouding, ademanalyse, de verklaring van de burgemeester zelf.

Waar het om gaat, is dat de leerling ervaart dat zijn vragen als lezer dezelfde vragen zijn als die hij vanuit het grammatica-onderwijs heeft leren stellen, dus dat het grammatisch model op een tekst van toepassing is. De voorgestelde werkwijze vormt dan ook een van de leesstrategieën die deel uitmaken van het leesproces. Deze strategie is de ontwikkeling van verwachtingen van wat in de tekst zal staan op basis van de titel of kopjes van een boek of artikel en het controleren of deze verwachtingen al dan niet gehonoreerd worden (Henneman & Van Calcar 1988).

Praten en schrijven

Wie praat of iets schrijft, wil antwoord geven op mogelijke vragen van de luisteraar of lezer tot wie hij zich richt. Hij vertelt dat Praag een mooie stad is. Om het gesprek gaande te houden, kan de luisteraar vragen, waarom hij dat vindt; waaruit dat mooie bestaat, of de stad mooier is dan Amsterdam en of zijn bevindingen nog bepaalde gevolgen hebben gehad, zoals een langer verblijf. Als verteller kan men die vragen voor zijn door ze al bij voorbaat te beantwoorden. Een leerling-verteller of leerling-schrijver kann leren, dat luisteraars en lezers dat soort vragen hebben en van hem verwachten dat hij ze merendeels uit zichzelf beantwoordt. Het zijn dezelfde vragen waarmee hij kennis heeft kunnen maken tijdens zijn grammatica-onderwijs. Meer in het bijzonder is een leerling-interviewer gebaat bij de voorgestelde, methodische wijze van vragen stellen: ze biedt hem een uitgangspunt (het gezegde en zijn aanvullingen) en tegelijk een houvast in het vervolg (topische vragen).

2. De verklarende kracht van de toegepaste grammatica

Behalve in haar toepassingsmogelijkheden onderscheidt de voorgestelde toegepaste grammatica zich ook methodologisch van de aangepaste theoretische grammatica.

2.1. Eenvoud van verklaring

De toegepaste grammatica geeft aan een aantal taalkundige verschijnselen een verklaring die eenvoudiger en uniformer is dan die aangepaste grammatica's geven.

30

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties