taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

In mijn grammatica is het onderwerp de linkse noodzakelijke aanvulling van een gezegde die een iemand of iets aanduidt en daardoor dan ook vervangen kan worden. Deze typering verklaart de volgende benoemingen.

In er is gestolen duidt er niemand of niets aan, kan dus geen onderwerp zijn, maar omdat dit woord de plaats van het onderwerp bezet, spreekt men van plaatsonderwerp;

In het regent duidt het niet een aantoonbaar iets of iemand aan, in onderscheid met het in het is vervelend. Vandaar dat men spreekt van loos onderwerp.

Wie hoort, dat het vervelend is, weet al wat vervelend is of gaat het nog horen. In het tweede geval is het de aanduiding van een iets dat nog komen gaat, geeft een .,voorlopige benoeming in afwachting van een definitieve invulling. Vandaar dat men spreekt van een voorlopig onderwerp.

Dezelfde soort verklaring doet zich voor in gevallen als Dat hij komt, dat is vervelend. De taalgebruiker weet al wat vervelend is, voor hij (opnieuw) hoort dat het dat is. Men spreekt dan ook van herhalend onderwerp.

De uitleg van al deze bijzondere onderwerpen ligt in het verlengde van de typering van het onderwerp als een iemand of iets (wat het theoretisch raamwerk van de toegepaste grammatica eenvoudig maakt). De aangepaste theoretische grammatica's definiëren het onderwerp in termen van congruentie en moeten een extra-uitleg geven (cf. Van den Toorn 1981:13).

In mijn grammatica is het voorwerp de rechtse noodzakelijke aanvulling die een iemand of iets aanduidt. Wanneer het gezegde een vast voorzetsel heeft, wordt het voorwerp voorzetselvoorwerp genoemd en anders lijdend voorwerp. Deze typering verklaart de volgende benoemingen:

voorlopig voorwerp (denk eraan dat je het doet);

herhalend voorwerp (wat je gedaan hebt, dat weet ik);

loos voorwerp (ik heb het verbruid; dat houdt erom).

De verklaring van deze benoeming is analoog aan die ik voor het onderwerp gaf. En opnieuw ligt deze verklaring in het verlengde van de eerder gegeven typering van het voorwerp.In de aangepaste theoretische grammatica is dat niet het geval. (Zie hieronder.)

De gegeven typering verklaart bovendien de volgende verschijnselen.

Het lijdend voorwerp kan de plaats innemen van het onderwerp door de omzetting van een bedrijvende in een lijdende zin, aangezien beide zinsdelen gelijkelijk invulling zijn van iets of iemand en niet vergezeld gaan van een voorzetsel.

Wanneer het gezegde tot zelfstandig naamwoord wordt gemaakt, staat het onderwerp opnieuw links van het voorwerp. Het lijdend voorwerp krijgt het

31

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties