taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

  1. Van den Toom (1981:13) spreekt van de getalsproef als criterium voor wat onderwerp is, maar erkent tegelijk dat soms een directe overeenstemming tussen onderwerp en gezegde ontbreekt: dat zijn kooplieden. Maar het aantal inbreuken op het congruentie-beginsel is groter, zoals uit de volgende voorbeelden blijkt:

Dat lijk jij wel. Twee en drie is vijf Jong en oud verheugt zich. Mijn broer of ik is aan de beurt.

In veel gevallen kunnen we bovendien de proef niet gebruiken omdat een corresponderend enkel- of meervoud ontbreekt:

Spreken is zilver. Circa betekent omstreeks. Men/iedereen komt. Blauw staat haar goed. De Alpen zijn mooi. Het volk werd toegejuicht. Wat zij willen, is niet goed. Tenslotte werkt de getalsproef niet bij wie: wie komt? wie komen? (Zie voor deze en andere voorbeelden Van Calcar 1974:15).

Van de inbreuken op de getalsproef heeft men geen last, wanneer als criterium voor het onderwerp geldt, dat het in het model de noodzakelijke aanvulling is links van het gezegde. Bovendien vermijdt men op deze manier de onvolkomenheid van de getalsproef: als iemand/iets wordt vervangen door een meervoud, dan verschijnt de persoonsvorm ook in het meervoud.

  1. Een onderwerp begint nooit met een voorzetsel (Paardekooper 1971:60). Een verklaring voor dit verschijnsel geven de grammatica's niet.In mijn grammatica vloeit dat verschijnsel voort uit de gegeven definitie. Het onderwerp is een naam. Een naam verwijst naar iets of iemand, dus naar een deel van de werkelijkheid. Als onderwerp wordt er allereerst iets van gezegd door het gezegde; dat maakt het tot onderwerp. Wanneer de naam die het onderwerp is, van een voorzetsel vergezeld zou gaan, werd er al iets van gezegd, namelijk door dat voorzetsel. Toch komt in het Nederlands een onderwerp voor met voorzetsel:

Er gebeurt hier van alles.

Hoe kan dat? De grammatica's die ik heb geraadpleegd, geven ook daar geen anwoord op, terwijl de oplossing vanuit de optiek van mijn toegepaste grammatica eenvoudig is. Van alles vervangt in het model de iets/iemand links van het gezegde:

iets   gebeurt

van alles   gebeurt

Iets verwijst naar een deel van de werkelijkheid; van alles dus ook. De vorm van alles interpreteer ik als b.v. veel van alles. In het taalgebruik ontbreekt veel. Het ontbreken daarvan geeft aan dat niet expliciet gezegd wordt, wat precies gebeurde. D.w.z. de selectie uit het alles wordt onvermeld gelaten en daarmee drukt de spreker uit dat hij niet precies wil/kan zeggen wat er gebeurde. Mijn grammatica levert hier

33

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties