taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

zin toestaat (cf. De Schutter 1983:113-114). Hetzelfde geldt voor het voorzetsel voor. Zie de voorbeelden:

zij wandelde met haar broer - met wie zij wandelde was haar broer zij doet dat om de buren - waarom zij het doet, zijn de buren zij doet het voor de buren - waarvoor zij het doet, zijn de buren

Het gaat hier echter niet om uitzonderingen. Al deze gekloofde zinnen hebben gemeen, dat het voornaamwoord wie, resp. waar een ingesloten antecedent bevat dat gelijk gesteld wordt met het onderwerp:

degene met wie zij wandelde was haar broer; haar broer was degene met wie zij wandelde

eegene voor wie zij het doet zijn de buren; haar buren zijn degenen voor wie zij het doet

De mogelijkheid van kloving heeft niets te maken met het onderscheid tussen voorwerp en bepaling, maar met het verschijnsel van referentie. Alleen zinnen met zinsdelen die de aanduiding zijn van een iets of iemand, kunnen gekloofd voorkomen. Welnu onderwerp, voorwerp en naamwoordelijk deel nemen de plaats in van een iemand of iets. Zinnen met deze drie zinsdelen kunnen dan ook ten alle tijde gekloofd worden. Kloving is dus niet specifiek voor het voorwerp. Vervolgens kunnen zinnen met zelfstandige bepalingen gekloofd worden, indien het naamwoord van de bepaling eveneens vervangen kan worden door de voornaamwoorden iets of iemand. Zie de de volgende zinnen, die voorbeelden zijn van zinnen met bepalingen waarvan een aantal wel en een aantal niet gekloofd kunnen worden.

WEL zij gaat met haar oom: (degene) met wie zij gaat, is haar oom (bepaling van omstandigheid)

NIET zij loopt met haar stok: (datgene) waarmee zij loopt is haar stok. Wel: het instrument waarmee zij loopt is haar stok (bepaling van middel).

WEL zij doet het voor de buren: (degenen) voor wie zij het doet, zijn de buren (bepaling van doel).

NIET zij staat voor zijn huis: (datgene) waarvoor zij staat, is zijn huis. Wel: de plaats waarvoor zij staat, is zijn huis (bepaling van plaats).

WEL zij laat het om de buren: (degene) om wie zij het laat zijn de buren (bepaling van reden).

NIET zij loopt om het park heen: (datgene) waar zij om heen loopt is het park. Wel: de plaats waar zij om heen loopt, is het park (bepaling van plaats).

Uit de voorbeelden blijkt het volgende. Wanneer het kernnaamwoord van de bepaling een betekenisonderscheiding bevat die kenmerkend is voor de bepalingen, zoals instrument of plaats, dan is de zin met die bepaling niet kloofbaar. Wanneer

36

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties