taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

het kernnaamwoord van de bepaling die betekenisonderscheiding niet heeft, is dat wel het geval.

2.4. Diepgang

De aangepaste theoretische grammatica's volstaan met te stellen, dat een bepaalde vorm zich volgens een bepaalde regel gedraagt, om haar te onderscheiden van een andere vorm. Zo beregelt Van den Toorn 1981:233), dat daarom een gewoon bijwoord is in zin (1), maar een voornaamwoordelijk bijwoord in zin (2). De verklaring: daarom in (1) is niet scheidbaar, in (2) wel; daarom in (2) kan vervangen worden door een voornaamwoord.

  1.    lk ben ziek. Daarom kom ik morgen.

  2.  lk kom daarom morgen. lk kom daar morgen om. Ik kom morgen om dat (ding).

Een toegepaste grammatica zou in verklarende kracht tekort schieten, wanneer zij zich tot deze vaststelling zou beperken: Zij dient de regel zelf te verklaren; als volgt. In (1) kan daarom niet gescheiden worden omdat (daar)om betekenis heeft, namelijk om (die reden). Zodra het voorzetsel om van de vorm wordt los gemaakt en daar alleen komt te staan verandert die betekenis in op die plaats, ongeacht welk voorzetsel er nog na zou komen. In (2) heeft daar geen betekenis, maar neemt de plaats in van iets en dat blijft zo, ook wanneer het voorzetsel ervan wordt los gemaakt. We hebben hier te maken met hetzelfde verschijnsel dat we tegenkwamen bij gekloofde zinnen: wanneer een zinsdeel een iemand of iets aangeeft, is het vrij in het maken van verbindingen.

3. Praktische problemen

De bestudering van de toegepaste grammatica die ik geschetst heb, brengt een aantal problemen met zich mee. Allereerst zullen studenten of leerlingen zekere emotionele weerstanden moeten overwinnen, aangezien zij gebruik moeten maken van hun eigen ervaring en kennis, en deze in het geding brengen tegenover de kennis en ervaring van anderen. Zij zijn dat in het onderwijs veelal niet gewend. Vervolgens wordt van hen een zekere mate van flexibiliteit gevraagd: de kennis van de grammatica die zij zich moeten verwerven, verwerven zij door deze ook op andere gebieden van het taalonderwijs in te zetten, zoals lezen en schrijven. De systeemscheiding waarmee ze zijn opgegroeid, vormt hier een groot struikelblok. Tenslote wordt van hen een zelfstandige en onderzoekende houding gevraagd, aangezien ze niet leren, of een antwoord goed of fout is, maar onderwijs krijgen in een methode waarmee ze kunnen bepalen, waarom iets goed of fout dan wel onbeslist is.

37

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties