taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

Over het algemeen houden onderwijsmensen niet zo erg van complexiteit, vind ik. Vaak slagen ze erin de meest fantastische, boeiende dingen te reduceren tot saaie schoolstof. Communicatie wordt dan ook vaak herleid tot taal-, spel- en uitspraakfouten en fouten tegen conventies. Maar er speelt hier waarschijnlijk nog een andere reden mee: ik ben er namelijk van overtuigd dat de meeste leerkrachten en schoolboeken ervan uitgaan dat ze experts zijn op het gebied van de communicatie, omdat ze al zoveel jaren met enig succes aan communicatie doen. Iedereen weet nochtans dat ook de intelligentste en meest ontwikkelde mensen vaak grove communicatiefouten maken. Toch vertrouwen leerkrachten erop dat ze in hun klas communicatieproblemen met hun intuïtie en ervaring aankunnen. Schoolboeken en leerkrachten werken dan ook te weinig vanuit een systematisch inzicht in communicatie.

Je zou verwachten dat leerkrachten en schoolboeken zich intens met de vraag bezig houden: welke factoren spelen in elke communicatiesituatie mee? Maar dat lijkt me niet zo te zijn. Hoe kun je nu echter goed communicatie inoefenen als je zelf geen goed idee van communicatie hebt? Nochtans bestaan er communicatiemodellen en daarover wil ik het in wat volgt hebben.

2. Welke factoren spelen in elke communicatie mee? Een communicatie- of taalmodel

Ik hou niet zoveel van schema's die mijn communicatie beschrijven in termen die eigenlijk naar toestellen verwijzen.. 'Zendei-, ontvanger, kanaal, ruis' enz. horen toch thuis in een wereld van o.a. radio's en telefoontoestellen? Ik vind dat mijn en uw communicatie complexer is dan wat in die toestellen gebeurt. Daarenboven lijken mij die schema's niet erg operationeel, want voor zover ik weet, wordt daar ook niet zoveel mee gewerkt.

Ik gebruik daarom een ander model, dat ik overgenomen heb van een helaas overleden collega, Frans Vierstraete, die zich daarbij zelf op Van Lint gebaseerd heeft. Het ziet er zo uit:

Er is altijd iemand die iets zegt/schrijft over iets, op een bepaalde manier, voor iemand, met een bedoeling, in bepaalde omstandigheden en via een bepaalde weg. Daarop reageert dan een luisteraar/lezer.

Ik denk dat je elke communicatiesituatie vrij volledig kunt analyseren door negen vragen te stellen. Voor iedereen is het toch bijzonder belangrijk te beseffen:

Wie iets zegt

Mensen verschillen toch in veel opzichten van elkaar en het maakt een groot verschil uit wie iets zegt.

43

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties