taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

Mijn conclusie is dat we met de hulp van dit model deze communicatiesituatie toch vrij indringend kunnen beschrijven, beter dan met de natte vinger zoals men dat meestal doet. Anderzijds moeten we erkennen dat we die communicatiesituatie zelfs met zo'n model en zelfs al doen we ons uiterste best, nooit met zekerheid compleet kunnen kennen. Dat betekent natuurlijk niet dat het niet de moeite loont dat te proberen, maar dat vergt aandacht, kennis en misschien vooral 'hoffelijkheid', zoals George Steiner het zou zeggen, en het besef dat we er nooit helemaal achter kunnen komen. We kunnen ons misschien troosten met de idee dat dat voor de meeste belangrijke dingen geldt. Toch voor die dingen die ik belangrijk vind.

We kunnen ook zeggen zoals Kafka: Vroeger begreep ik niet waarom ik op mijn vragen geen antwoord had, maar nu begrijp ik niet waarom ik nog vragen stel, want er zijn geen antwoorden.

3. Wat is nu zo interessant aan dit model?

  1.    Volgens mijn ervaring is het tegelijkertijd volledig (het benadert de communicatiesituatie in haar totaliteit) en toch beknopt.

  2.    Het is relatief gemakkelijk te onthouden.

  3.    Daardoor is het ook voor leerlingen een handig instrument om zelfstandig, los van de leerkracht te gebruiken.

  4.    Het is universeel. Daarmee bedoel ik:

op alle communicatiesituaties toepasbaar (bij het voorbereiden van deze voordracht, bij het schrijven van brieven, essays, boeken, bij het lezen en beluisteren van om het even welke tekst die ik enige aandacht waard vind, bij het voorbereiden en verbeteren van lessen, bij het corrigeren van opstellen en andere teksten, bij het voorbereiden van vergaderingen, het opstellen van een manifest, het maken van affiches enz.) en

vanuit elk standpunt (zowel vanuit de spreker, de luisteraar, de schrijver, de lezer als de kritische beschouwer).

  1.    Het kan ook op alle niveaus toegepast worden: zowel leerlingen van de basisschool als taalkundigen, literatuurwetenschappers en taalfilosofen kunnen er hun tanden op stuk bijten: nooit zullen ze op alle vragen het ultieme antwoord kunnen vinden, maar allemaal kunnen ze op hun niveau antwoorden vinden die hen enigszins bevredigen.

Toch moet ik eraan toevoegen dat dit model op zichzelf niet de antwoorden geeft op de vragen die je stelt. De beheersing van een communicatiesituatie hangt af van het inzicht, de kennis, de aandacht, de volharding en de hoffelijkheid waarmee je die vragen probeert te beantwoorden. Zonder dit model loop je echter het risico belangrijke aspecten uit het oog te verliezen. Daarom denk ik dat het zonder communicatiemodel niet kan, terwijl ik vaststel dat het wel zonder gebeurt...

48

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties