taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

4. Conclusies van de Taakgroep 4.1. Clusters

De Taakgroep heeft de gegevens inzake leeropbrengsten, onderwijspraktijk en kader gecombineerd tot wat Ten Brinke(10) in zijn toespraak bij de aanbieding van het rapport "clusters" heeft genoemd: "dat zijn combinaties van gegevens die een oorzakelijke samenhang vertonen". Verder zei Ten Brinke:

"We kozen die methode omdat zo'n cluster, zo'n samengesteld verschijnsel, een relatief hoog realiteitsgehalte heeft. Doordat het componenten heeft op totaal verschillende gebieden, wint het als het ware aan zwaarte. Als een verschijnsel negatief beoordeeld moet worden, als het eigenlijk niet geaccepteerd zou moeten worden, is het bovendien zeer belangrijk te weten door welke factoren het wordt veroorzaakt en tezamen in stand wordt gehouden. Alleen dan is het mogelijk verantwoorde aanbevelingen tot verbetering te doen. Zoals verwacht mocht worden, zijn de aan het licht gekomen 'clusters' overigens lang niet alle negatief. De algemene conclusie mag luiden: Niet slecht, maar het kan op een aantal belangrijke punten beter."

4.2. Taalvaardigheid

Op een aantal deelgebieden van de taalvaardigheid blijken de gemeten opbrengsten lager te liggen dan belangrijke groepen in de maatschappij belangrijk achten. Het betreft de onderdelen:

lezen van argumentatieve teksten;

schrijven;

spreken.

Bij luisteren zijn geen duidelijk onbevredigende opbrengsten vastgesteld. Toch hebben we geconstateerd dat de leermiddelen er maar weinig of zelfs helemaal geen aandacht aan besteden.

Over discussievaardigheid staan er geen opbrengstgegevens ter beschikking.

Meer in het algemeen kunnen we stellen dat wat de leerlingen na vele jaren onderwijs op een aantal taalvaardigheidsgebieden presteren dikwijls beneden de eisen blijft die ouders, leraren en vakdidactici vooropstellen. Toch is het percentage 'minimale presteerders', 'functionele analfabeten' of 'halfgeletterden' niet dramatisch groot. Persoonlijk blijf ik echter percentages tussen 5% en 10%, die we in allerlei onderzoeken tegenkomen, voor een hoogontwikkelde samenleving niet acceptabel vinden.

De Taakgroep vindt dat er ernstige pogingen gedaan moeten worden om de opbrengsten te verbeteren.

De bestede tijd voor schrijven en spreken, het zelden voorkomen van lees- en schrijfstrategieën, het kleine aandeel van spreken en luisteren in de leermiddelen, vormen een eerste bundel gegevens. Daarnaast zijn er ook ongunstige contextgegevens: de (te) hoge

55

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties