taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: Nederlands: van onbegrensd belang. Over het rapport van de taakgroep Nederlands (Frans Daems)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

taakbelasting van leraren Nederlands, het aantal roosteruren voor het vak, de belemmeringen voor professionalisering in Vlaanderen door het feit dat leraren Nederlands ook andere vakken geven, het ontbreken van een goede universitaire lerarenopleiding in Vlaanderen en de geringe roostertijd voor Nederlands en vakdidactiek Nederlands in de Vlaamse onderwijzersopleiding, de aard van de eindexamenprogramma's in Nederland en van de toetsingsprocedures bij leerplannen in Vlaanderen. Aan dit alles dient volgens de Taakgroep gesleuteld te worden.

4.3. Taalbeschouwing

Hier luidt de conclusie van de Taakgroep dat er inzake taalbeschouwingsonderwijs voortgezet onderzoek nodig is om de stand van zaken op dit terrein te kunnen bepalen en beoordelen.

4.4. Literatuuronderwijs

Ook op dit terrein is voortgezet onderzoek nodig. Peilingsonderzoek inzake literatuuronderwijs is tot nog toe niet mogelijk geweest omdat de vakdidactische discussie over o.m. de doelstellingen van literatuur- en fictie-onderwijs nog niet zo ver gevorderd is dat daar consensus over zou bestaan, zoals dat het geval is voor taalvaardigheid. Dat maakt het ook moeilijk zich een zinnig oordeel te vormen over tijdsbesteding, toegepaste methodieken en gebruikte leermiddelen,.

5. Aanbevelingen

De aanbevelingen van de Taakgroep zijn gericht tot de onderwijsoverheden in Nederland en Vlaanderen en tot de Nederlandse Taalunie. Ondanks de tendens tot decentralisering en afstandelijk bestuur in beide landen, meent de Taakgroep dat de overheid haar eigen verantwoordelijkheid blijft behouden.

De eerste aanbeveling is van algemene aard.

1   Op het terrein van het onderwijs van het Nederlands moet er tussen Nederland en Vlaanderen een veel intensere samenwerking tot stand komen dan nu bestaat.

Daartoe moet de overheid maximaal gebruik maken van de bestaande instrumenten zoals Nederlandse Taalunie, OORD, de subcommissies onderwijs van het Belgisch-Nederlands Cultureel Akkoord, het G.E.N.T.-programma, en instellingen zoals SVO, SLO, NICL, DVO.

56

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties