taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

onderscheiden als 'stijlfiguren' en 'stijlfouten'. Een dergelijke indeling lijkt op het eerste gezicht geschikt om de vier modi in samenhang te onderwijzen. Zaken als 'figuurlijk taalgebruik' en 'woordenschat' spelen immers zowel bij het lezen, als bij het schrijven en spreken een rol. Echter, de verschillende (deel-)aspecten van taalgebruik worden vaak tamelijk los van hun functie voor het verwerken of produceren van teksten behandeld. Dit resulteert in onderwijs waarin de leerlingen de kennis en vaardigheden die ze leren, niet leren toepassen. Vooruitgang van leerlingen in de manier waarop ze communiceren is dan eerder toe te schrijven aan het feit dat ze in en buiten school veel taal gebruiken, dan aan het onderwijzen van de verschillende aspecten van taalgebruik. Men kan zich zelfs afvragen hoeveel leerlingen onthouden van de stijlfiguren, woordbetekenissen, alineaverbanden en dergelijke die op deze manier onderwezen zijn.

Een tweede manier om het taalbeheersingsonderwijs te structureren is het onderscheiden van deelprocessen die een rol spelen bij het verwerken en produceren van teksten. Om te achterhalen welke deelprocessen een rol spelen, kan men te rade gaan bij het taalbeheersingsonderzoek. Het nadeel daarvan is dat praten, lezen en schrijven meestal apart onderzocht worden. De vier modi worden niet opgevat als verschillende vormen van hetzelfde: communiatie. Daardoor komt het dat men bij het lezen heel andere processen veronderstelt dan bij het schrijven. Dergelijk onderzoek is dus niet goed bruikbaar wanneer men de vier modi geïntegreerd wil onderwijzen.

Dat is wel mogelijk wanneer men de functie van taalgebruik als structureringsprincipe neemt. Op dit moment onderscheidt men vaak de functies 'rapporteren', 'beschouwen', 'dirigeren' en 'argumenteren' (zie onder anderen Rijlaarsdam, 1989). Deze functies kunnen echter net als de verschillende aspecten of modi los van elkaar onderwezen worden. Wanneer men een zo groot mogelijke samenhang wil realiseren in het onderwijsaanbod, zal men op zoek moeten gaan naar het gemeenschappelijke in alle communicatietaken. Dat is dan ook wat ik in deze paper zal doen.

Wanneer men vaardigheden samenhangend wil onderwijzen, zal men daar dus bij het onderscheiden van deelvaardigheden rekening mee moeten houden. Een tweede probleem waaraan volgens mij aandacht geschonken moet worden bij het onderscheiden van taalvaardigheden is de manier waarop men ervoor kan zorgen dat deelvaardigheden als. 'relaties leggen', 'voorkennis inschakelen' en 'samenvatten' gebruikt worden op de momenten dat dit nodig is. De meeste complexe taken vereisen dat de deeltaken waaruit ze bestaan, verschillende malen in een niet geheel vaststaande volgorde worden uitgevoerd, afhankelijk van de steeds veranderende situatie. Vaak zullen er bij bestudering van taalgebruiksprocessen wel globale fasen te onderscheiden zijn - zoals voorbereiden, uitvoeren en controleren -, maar binnen deze fasen zal men nog veel recursiviteit aantreffen.

63

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties