taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 6

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands
Veerle Geudens & Rita Rymenans
1993
304 pagina's

Men zal leerlingen dus moeten trainen om de verschillende strategieën waarover ze beschikken, in samenhang te gebruiken. Alleen zo kan men hun ook complexe taken leren uitvoeren. De leerlingen zullen bepaalde gerichtheden, 'habitudes', moeten verwerven om effectief gebruik te kunnen maken van wat ze geleerd hebben. Om tijdens het taalgebruiksproces het overzicht te behouden zullen leerlingen bijvoorbeeld niet alleen moeten kunnen samenvatten, ze zullen ook in staat moeten zijn om op de grote lijnen te letten wanneer samenvatten niet het hoofddoel van een taak is, maar slechts een van de middelen om een ander doel te bereiken. Hieronder zal ik een manier laten zien, waarop een dergelijke doelstelling bereikt zou kunnen worden.

Samengevat, de manier waarop het taalbeheersingsonderwijs vormgegeven wordt, hangt samen met de manier waarop taaltaken onderscheiden worden en met de manier waarop deze taken vervolgens weer met elkaar in verband gebracht kunnen worden. Leerlingen hoeven slechts een beperkte hoeveelheid concepten en strategieen te leren, wanneer deze in uiteenlopende situaties te gebruiken zijn. Maar leerlingen moeten dan nog steeds ook de 'habitudes' verwerven die nodig zijn om de geleerde kennis en strategieën in samenhang toe te passen. Met deze zaken moet men rekening houden bij het ontwikkelen van ten taalbeheersingsmethode.

2. Coöperatief leren studeren

Het samenhangend onderwijzen van de deelvaardigheden en het bijbrengen van de gewenste habitudes zal ik nu illustreren met een voorbeeld. Het betreft het programma Coöperatief leren studeren, dat ik samen met Karin Brouwer aan het testen ben. Het uitgangspunt van Coöperatief leren studeren is dat taal- en denkactiviteiten veel overeenkomsten vertonen met de manier waarop mensen met elkaar praten. In mondelinge interactie kunnen taalgebruikers vragen stellen en op elkaar reageren. Door zo te 'onderhandelen' komen ze tot een gezamenlijke representatie. Mijn stelling is nu, dat tijdens het lezen, schrijven, spreken en luisteren in formele of schoolse situaties en zelfs tijdens het denken, dezelfde activiteiten plaats vinden als tijdens het praten. Iets van dit idee - dat ik verderop nog nader zal verduidelijken - is terug te vinden in de lees- en schrijfmethoden waarin leerlingen geleerd wordt vragen te formuleren. De mogelijkheid om bij het onderwijzen van schriftelijke taken voort te bouwen op de mondelinge taalvaardigheid kan volgens mij echter nog beter benut worden. Coöperatief leren studeren is een programma waarin geprobeerd is dit te doen.

We willen met dit programma de studeervaardigheid van leerlingen vergroten door hen met elkaar te laten praten over studieteksten. De bedoeling is dat ze eerst een methode leren om over dit soort teksten te praten en dat ze vervolgens die manier

64

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties