taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 6 | Zesde conferentie Het Schoolvak Nederlands (1993)


Bijdrage: Literaire kritiek als didactisch hulpmiddel op de weg naar de literaire competentie (Cor Geljon)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

criticus over literatuur beinvloedt. De voornaamste elementen van dat patroon zijn kort samengevat:

Hoe is zijn psychologie (is hij een melancholicus, esteet, of optimist, is hij ijdel?), welke verwachtingen heeft hij van de literatuur (zoekt hij troost of genoegdoening, amusement of katharsis?) en wat is voor hem de verhouding tussen literatuur en leven? Heeft hij affiniteit met literaire stromingen of een bepaald soort literatuur (is hij een Elsschot-fan) en heeft hij bepaalde voorkeuren (Mulisch of Reve)? Wat vindt hij van de rol van de lezer (moet je respect hebben voor de tekst of is die vogelvrij). Wat is zijn mensbeeld, houdt hij er een bepaalde moraal op na, wat vindt hij van de rol van de filosofie in deze wereld en tot welke cultuurfilosofie voelt hij zich aangetrokken?

Het zou veel te ver voeren deze ideografie uitgebreid in de klas aan de orde te stellen, maar enkele elementen zijn zeer bruikbaar, zeker als de docent ze in verband brengt met de leesattitude van de leerlingen zelf: hoe komt het dat je bepaalde boeken mooi vindt?

Een enkele les is voldoende om .de recensie als genre te behandelen. De docent geeft de klas de recensie van nog niet gelezen werk en de leerlingen proberen alleen of in tweetallen de bouwstenen van de kritiek op te sporen. Daarna proberen we klassikaal de voornaamste aspecten van een recensie te formuleren. Vervolgens vergelijken we deze met een andere recensies en stellen een lijst op met belangrijke aspecten in de. kritiek. Deze checklist kan bij het werken met recensies een rol blijven spelen.

2. De literaire kritiek als didactisch hulpmiddel voor het ontwikkelen van de literaire competentie

"One cannot teach literature itself: one can only teach students to make statements about literature"

(Norman Holland in Poems in Persons. Norton: New York, 1973:130.)

2.1. De leerling als deelnemer in het literaire debat

Voor veel scholen geldt dat leerlingen op de literatuurtentamens toch in de eerste plaats overhoord worden. Men toetst vooral feiten en als het meezit ook wel eens een beetje inzicht. Slimme leerlingen weten inmiddels wat de leraar graag hoort en als ze handig zijn kunnen zij met een paar karakteristieke uitspraken uit boek of dictaat een eind komen.

Dat is de manier om te scoren, want de leraar is al lang blij dat ze verder zijn gekomen dan een dromerige blik die uitdrukt hoe gevoelig het was, of een kernachtig oordeel als 'een te gek boek!' . En een redelijk cijfer en een dankbare blik van de docent is doorgaans hun beloning.

74

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties