Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Intercultureel literatuuronderwijs (Koos Hawinkels)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

groepswerk die vooral in Californië en Israël gebruikt wordt voor multi-culturele klassen. Ze wint in Nederland aan belangstelling. Er zijn goede resultaten mee behaald wat betreft het verbeteren van taalvaardigheid bij leerlingen van minderheidsgroepen en het verbeteren van sociale relaties tussen leerlingen onderling.

Het doel van samenwerkend leren is het verhogen van de intensiteit van het leren en het verbeteren van relaties tussen leerlingen van verschillende groepen via samenwerken en interactie met een kleine groep klasgenoten, een zogenaamde stamgroep, die zo divers mogelijk is samengesteld. De samenwerking wordt zo gestructureerd dat leerlingen elkaar nodig hebben om tot een goed resultaat te komen en daarom min of meer 'gedwongen' worden om met al hun stamgroepgenoten te communiceren. Dit kan onder andere worden bereikt door iedereen slechts een deel van de les- of leesstof te geven waarover als geheel ieder individu naderhand een werkblad of iets dergelijks moet inleveren.

Coöperatief leren moet niet verward worden met gewoon groepswerk. Het heeft vijf heel specifieke kenmerken:

  1.    positieve afhankelijkheid van elkaar;

  2.    individuele aansprakelijkheid voor het eindresultaat;

  3.    sociale vaardigheden tellen mee;

  4.    niet alleen groepsinteractie, maar ook reflectie daarop;

  5.    frontaal contact en samenwerking.

Naast de cognitieve kant, die de leerprestaties opvoert, is ook de ontwikkeling van sociale en communicatieve vaardigheden een belangrijk doel voor ilo. Aan vaardigheden zoals het controleren of iedereen luistert en het begrijpt, het vragen om toelichting, duidelijker spreken enzovoort, wordt bij coöperatief leren expliciet aandacht besteed. De leerlingen krijgen daartoe een rol toebedeeld in de groep waarbij één dan een soort gedragsbewaker is die zorgt dat iedereen aan bod komt, men naar elkaar luistert en elkaar laat uitspreken en dergelijke.

Dit heeft effecten op de sociale relaties in de klas (zoals het ontstaan van interculturele vriendschappen) en het creëren van positievere attitudes tegenover anderen.

4 Tekstkeuze

Voor literatuuronderwijs is natuurlijk ook de tekstkeuze van belang. Ik wil er nogmaals op wijzen dat een goede leraar bij bijna iedere tekst uit de gewone Nederlandstalige literatuur intercultureel te werk kan gaan. Ik heb hiervoor benadrukt dat onderwijs dat zich richt op het zich bewust worden van, reflectie op en relativering van eigen culturele uitingen ook met recht intercultureel onderwijs mag heten.

Maar dat is natuurlijk niet genoeg. Intercultureel literatuuronderwijs moet in ieder geval óók aandacht schenken aan vreemde, niet westerse literaturen. De volgende mogelijkheden van tekstkeuze doen zich daarbij voor. De docent kiest voor (of leerlingen dragen aan) teksten (waaronder tv, video, audio):

102