Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Intercultureel literatuuronderwijs (Koos Hawinkels)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

5 Talige aspecten van ilo

Wij neerlandici zijn primair taalleraren. Dat wil zeggen dat wij aan kunst- of cultuuronderwijs doen, omdat die onderdeel uitmaken van het talige cultuurgoed. Wij geven geen kunst- of cultuurgeschiedenis an sich, dat hoort in onze schooltraditie eerder bij tekenen of een ander creatief vak. Wij behandelen cultuur voorzover die gerepresenteerd is in taal. Daarom moet dus ook bij ilo het talige aspect een belangrijke rol spelen.

Er moet dus aandacht zijn voor taalvariatie in de verschillende teksten, problemen bij het vertalen (onder andere vanwege volstrekt verschillende connotaties), stereotypen, het gebruik van gestandaardiseerde formuleringen, spreekwoorden en zegswijzen, metaforen en hoe die in hun culturele achtergrond geworteld zijn; maar ook structuurkenmerken als het voorkomen van literaire personages en hoe zij zich gedragen, -wat voor soorten personages hoofdrollen vervullen en wat voor soort niet, welk type personages heel precies worden getekend en welke alleen maar globaal worden aangeduid, anders gezegd wat over wie gezegd wordt en hoe dat gedaan wordt, manieren om personages te beschrijven en manieren van beschrijven in het algemeen, meertaligheid en pidgin enzovoort enzovoort.

6 Aanbevelingen.

  1. De veldverenigingen zouden samen met belangenverenigingen van buitenlanders als NCB en ABB bij politici moeten lobbyen om meer aandacht voor ico te vragen.

  2. De veldverenigingen en de VALO's -MVT en -M zouden een aanvraag moeten doen bij de SLO voor leerplanontwikkeling voor ilo.

  3. De VALO-M moet zich inzetten voor een bredere bekendheid van de aanbevelingen van de Ad hoc-commissie Taal over intercultureel onderwijs (TIKICO).

  4. Valo-M en veldverenigingen zullen uitwisseling tot stand moeten brengen van succesvolle didactische experimenten op het gebied van ico en ilo.

  5. Universiteiten en Hogescholen zouden de uitwisseling van studenten en docenten in het kader van het ERASMUS-project mede moeten richten op uitwisseling van onderzoek naar en ervaringen met ico en ilo.

  6. In alle lerarenopleidingen zal ico en ilo een normaal constituerend onderdeel van het talenonderwijs moeten worden. Hetzelfde geldt voor nascholing.

7 Bestaand materiaal.

In Intercultureel onderwijs per vak bekeken uit 1990 beschrijft Bartie Thijs de mogelijkheden die zij ziet voor ilo op de pp 45-50. Zij vermeldt een literatuurlijst en doet suggesties vooral voor het werken met korte verhalen. Op pp 42-44 geeft zij haar visie op het vertellen.

Binnen hetzelfde project ico-vo is ook van haar een wat uitgebreidere brochure verschenen met als titel: Intercultureel onderwijs binnen het vak Nederlands. Daarvan is een groot deel aan vormen van ilo gewijd. Zij verwijst ook naar de beide publikaties van de Berlagescholengemeenschap en het SKVA Poëzie; creatief schrijven in de gemengde klas en Muziek; luisteren in de meertalige klas.

Behalve van deze publikaties kunt u ook gebruik maken van die van het VADO-project, met name de deeltjes uit de reeks Poëzie uit de Derde Wereld en Niet-Westerse poëzie in intercultureel onderwijs. Een

105