Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Is het iets van een schaap, meester? (Ton Hendrix & Hans Hulshof)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

instructie gegeven, weinig volledig voorgedaan (Walraven e.a. 1993; vergelijk ook Henneman/Van Calcar, 1993).

Doel van de instructie is in dit geval het aanleren van strategieën voor studerend lezen en samenvatten. Het directe-instructiemodel voor strategisch handelen (Veenman 1992) lijkt ons hier zeer geschikt. Hierbij doet de leraar eerst mondeling voor hoe de leerlingen een bepaalde strategie moeten toepassen en past de strategie vervolgens samen met de leerlingen toe. Het expliciet demonstreren in een dialoog over de tekst is essentieel hierbij. De leerlingen worden door directe instructie en in het bijzonder door de dialoog-vorm gestimuleerd om actief bij de tekst betrokken te zijn, hardop te denken en probleemoplossend bezig te zijn. De verantwoordelijkheid verschuift geleidelijk van de leraar naar de leerling. Daartoe bestaat het directe-instructiemodel globaal uit de volgende drie fasen: 1 presentatie en uitleg; 2 inoefening en begeleiding; 3 zelfstandige of individuele oefening.

Elke fase in het instructieproces vraagt om verschillende graden van verantwoordelijkheid: bij de presentatie en uitleg ligt die vooral bij de docent. Geleidelijk wordt de verantwoordelijkheid van de leerling belangrijker.

Tot slot

De onderwijspraktijk heeft een lange traditie in het stellen van vragen bij een tekst. Maar vragen à la Pennewip en Schrijvenderwijs voeren ver van het door ons beoogde leereffect. Het leesonderwijs moet van begin af aan, in een longitudinale opzet naar het zelfstandig leren beheersen van een leesprocedure toewerken en niet beperkt blijven tot het beantwoorden van geïsoleerd blijvende (tekstafhankelijke) vragen die betrekking hebben op verzelfstandigde deelvaardigheden of zelfs niet ter zake doende details. Het leren samenvatten dient geïntegreerd te worden als een afrondende en synthetiserende fase na de analyse en interpretatie van de tekst.

112