Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Moedertaalonderwijs als middel tot relationele vorming (Johan Van Iseghem)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

We hebben geopteerd om onderwijs te geven dat leerlingen belangrijk vinden. Op relationeel vlak zitten pubers en adolescenten onophoudelijk met zichzelf, met thuis, met vrienden en vriendinnen in de knoei. Ze worstelen, in een gezin of daarbuiten, met vragen over rollenpatronen en waardenbeleving binnen relaties. Ze worden in het eigen leven, in hun omgeving en via de media voortdurend geconfronteerd met het lukken of mislukken van de liefde. Wie ingaat op de problematiek van relationele vorming, kan daarom vaak rekenen op motivering binnen de klasgroep.

Twee. We hebben ervoor gekozen om ons onderwijs functioneel te maken. Ik ben voorzichtig in mijn uitspraken wat Nederland betreft, maar een kleine steekproef kan aantonen dat leerlingen vaak termen in de mond nemen waarvan ze de draagwijdte niet kennen, bijvoorbeeld inzake afwijkend seksueel gedrag. Hier ligt een onontgonnen veld voor functioneel taalschatonderwijs. Bovendien spelen de gevoelens achter de woorden een grote rol. Brengen we vanuit het onderwerp seksualiteit eufemisme, gewone term en dysfemisme op het bord aan in drie kolommen, dan vertoont de 'neutrale' middenkolom steevast een merkwaardige leegte; woorden die erin thuishoren, worden door leerlingen onverbiddelijk naar links of naar rechts gestuurd. Een betere manier om het taboe te lokaliseren is er niet: het wordt tastbaar in een vacuüm op het bord. Tegelijk springt er te pas en te onpas, vanuit dat zwarte 'middengat', een flinke portie hilariteit naarbinnen in het klaslokaal. Jan mag geen 'pijp' roken of 2A gaat plat van het lachen. Werken aan woordenschat, woorden 'normaal' maken, kan een sfeer creëren waarbij het onderwerp 'normaler' wordt. Ik suggereerde om bijvoorbeeld eens werk te maken van de troetelnaampjes die rond Valentijntjesdag in kranten opduiken. Er steken plezierige taalkundige en stilistische procédés in, verkleinvormen en metaforen. Het is niet meteen macho- en turbotaal, maar het garandeert een plezierige les moedertaal, het is uitermate functioneel, biedt kansen tot interactie met de klas, is taalbeschouwing in de strikte zin van het woord en zet leerlingen aan om de ogen te openen voor toestanden rondom hen.

Het derde punt sluit hierbij aan: we mikken op de totale persoonlijkheid van de leerlingen. Onze taallessen kunnen een basis vormen voor hun affectieve evolutie, voor hun morele waardenschaal en zintuiglijke waarneming, voor de manier waarop ze met bevestiging en conflicten omgaan. Daarbij gelden de principes die we hanteren bij kennisdrang: leerlingen kunnen het vragen aan zichzelf, aan de dingen, aan anderen, aan boeken(6). Training in facetten van het taalgebruik, ook als het gaat om relationele aspecten, heeft een gunstig effect op het totale leer- en opvoedingsproces.(7)

We ijveren ten vierde voor de uitbouw van communicatief moedertaalonderwijs. Als we de thematiek van waardenbeleving met succes willen aankaarten, zullen we een beroep moeten doen op de persoonlijke kijk van jonge mensen, en dienen we te waken over de openheid van de dialoogpatronen. Dat impliceert uitnodigende gesprekken en luisterbereidheid, werken aan wederzijds respect. Om hiervoor kansen te creëren kunnen we in leesbeurten de empirische commentaren uitdrukkelijker appreciëren en wellicht ook enige morele reflectie inbouwen in de literatuurles:(8) we beschikken over lestechnieken die ons optreden daarom niet degraderen tot deductief eenrichtingsverkeer of tot moraliserende sermoenen van predikantenniveau. Vormend werk kan enkel door een oordeelkundige keuze van werkvormen uitgebouwd worden.

Een vijfde principe is dat onderwijs slechts efficiënt is als we rekening houden met de

129