Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Het geval Bora (Thomas Jager & Joop Wammes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het geval Bora

of: de reguliere taaldidactiek als generator van taalproblemen Thomas Jager en Joop Wammes1

Bora is een Turkse jongen in de brugklas van een grote Amsterdamse scholengemeenschap. Het taalleren verloopt problematisch. Tijdens onze presentatie wordt op kwalitatieve wijze het falen van de reguliere taaldidactiek aangetoond. Zonder de resultaten van deze case-studie te willen generaliseren, komen enkele duidelijke minpunten van de taaldidactiek aan de oppervlakte. Dit doen wij met als uiteindelijk doel de reguliere taaldidactiek te verbeteren.

Naar ons idee wordt in de reguliere taaldidactiek te weinig rekening gehouden met de speciale behoeften van meertalige en taalzwakke leerlingen. Veel leerlingen stromen het VO in met een groot aantal gaps op het gebied van de basisvaardigheden. Het taalleren wordt daardoor vanzelfsprekend gefrustreerd. Wij pleiten voor een reguliere taaldidactiek waarin methoden op aan te Ieren hoofdlijnen een kleine voorwaardelijke diagnostiek en een aanvullend remediërend apparaat aanbieden. Onder reguliere (T1)-taaldidactiek verstaan we de meest gepraktizeerde wijze waarop de vakman of -vrouw voor de klas leerprocessen in gang zet met als bedoeld effect dat leerlingen tot een betere beheersing van het Nederlands komen. Deze kunnen we vanuit leerpsychologisch perspectief niet typeren als methodisch. Er wordt vanaf de brugklas te veel aandacht besteed aan eindvaardigheidstraining. Wij spreken van verstoord taalleren als iemand niet de cognitieve handelingsstructuren ten uitvoer kan leggen die normaal zijn voor leeftijdgenoten met eenzelfde sociale, linguale en intellectuele achtergrond. Het doel van ons onderzoek is aan te tonen dat het verstoorde taalleren door de gebruikte methode wordt gegenereerd.

Bora is het tweede kind van Turkse ouders. Hij is 14 en heeft een jongere en een oudere broer. Er is uit zijn eerste levensjaren weinig bekend. Van zijn vader weten we dat Bora laat is gaan praten. Bovendien is hij gaan stotteren vanaf zijn vierde jaar, terwijl stotteren niet in zijn familie voorkomt. Hij is in Nederland geboren, maar acht maanden na zijn geboorte naar zijn oma in Turkije gestuurd. Hij bezoekt daar een basisschool. Op zevenjarige leeftijd keert hij terug in Nederland en wordt in het derde leerjaar geplaatst van een Montessori-basisschool. Na de onderbouw gaat hij wederom naar Turkije, om op elfjarige leeftijd opnieuw terug te keren. Dan wordt hij in het laatste leerjaar geplaatst. Bora heeft dus de kleuterschool, groep 5 en groep 6 gemist.

De leerkracht van de bovenbouw meldt dat Bora's taalleren niet op gang komt en constateert later ook een gedragsmatige verslechtering. Gezien leeftijd en gestalte van Bora is nog langer op de basisschool niet haalbaar. Een avo-opleiding wordt vanwege de beklijvingsproblemen bij het taalleren niet als kansrijk gezien, maar ook een technische opleiding ligt niet voor de hand vanwege zijn zwakke motorische prestaties. Er wordt tegen beter weten in een lbo/mavo-advies uitgebracht.

Op 20 mei 1990 wordt hem het Groninger Schoolonderzoek (groep 7 en 8) afgeno-

135