Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Exemplarisch werken met oude teksten (Mark van Bavel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

- ? opvoering in Nijmegen, 1956,

-Nederlands Toneel Gent, 1975,

-KNS, 1989 (vermeld door Eligh),

-Deventer Toneelgezelschap Volksonderwijs, 1990 (in Nijmegen)26

  • Is er vandaag nog belangstelling voor 'Mariken'? Wordt de tekst nog geïnterpreteerd? Van 'Mariken' is er sinds 1838 een vrij uitvoerige exegese, wat volgens R.T. Segers (HSN 7) het waarmerk is van canonisering.27

  • Is er ook nu nog interesse voor in andere kunsten? In dit verband valt te wijzen op een Engelse vertaling (M. Rafferty)(28), Franse vertalingen (Ghéon), een opera naar de tekst van Ghéon (Martinú), een volkslied 'Maschero' in een interpretatie van Rum, een toneelstuk (Claus' Mascheroen), een moderne film (Jos Stelling) en een roman (Connie Palmen, De Wetten)29

4.3.2 Een thematisch-structurele aanpak

- een bespreking van de structuur van Mariken: we maken een analyse van de opbouw van Mariken; daarbij komen een aantal duidelijk herkenbare klassieke en moderne trekken naar voren;

- een toneeltechnische vergelijking met hedendaagse auteurs:

  • we vergelijken de monologen van de proloogzegger met de teksten van de Ansager in het episch theater van Brecht;

  • de terzijdes in de dialogen vergelijken we met onder meer Claus, Dans van de Reiger; Miller, Dood van een handelsreiziger ...

  • the play in the play met Shakespeare, Pirandello, Shaffer en Kohout.

4.3.3 Europeaniseren

Allerlei primaire en secundaire teksten, schilderijen, beeldhouwwerken, architectuur enz. leren ons dat de middeleeuwen in tegenstelling tot de gangbare opinie een grote Europese eenheid vertoonden: in de thematiek van de teksten, in de vertaling van de teksten, (er bestaat onder meer een middeleeuwse Engelse versie), in de mentaliteit van de late middeleeuwen (zondebesef...), in de kennis van de late middeleeuwen (zeven artes), in het geloof aan duivels en heksen (heksenhamer, inquisitie), in de Maria-devotie, in de exempelen (oosterse invloeden, apocriefe evangeliën), in de stadscultuur (rederijkers, beschavingsgeschiedenis), in het historische kader (Bourgondiërs; Gelderland, Antwerpen), in het pictografische tijdsbeeld, (miniaturen, getijdenboeken), in de doorwerking (canonisering van middeleeuwse teksten), in de vorm van het boek en de structuur van de tekst, in de ensceneringen door de rederijkers. Wat ook mogelijk is, is een opvoeringsanalytische benadering aan de hand van een recente opvoering, bijvoorbeeld de videoband van de KNS-voorstelling, 1989.

5 Conclusie

In onze drie fasen hebben we telkens de ervaringswereld van onze leerlingen een belangrijke plaats toegekend: historische teksten leren leerlingen het historische van ervaringen inzien: niet wat tijdloos is, wel wat bijzonder en anders is voor ons nu, wordt beklemtoond. De leeshoudingen die daar het best bij passen zijn een tekstbestuderend-afstandelijke en een invoelend-identificerende: het tijdloze en het tijdelijke maken immers deel uit van de historische ervaring. Zo leren wij leerlingen inzien dat literatuurgeschiedenis ons verhaal is van de literatuur, met respect voor het context-

15