Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Kijk maar je ziet niet wat je ziet (Henk de Lange)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Kijk maar je ziet niet wat je ziet

Het tv-journaal in de klas

Henk de Lange

Het is zo langzamerhand een platitude te beweren dat de tv het centrale medium is in onze cultuur. Het is bekend dat er meer gekeken wordt dan gelezen. Voor Wie van cijfers houdt: van de vier uur die per dag aan media besteed worden, komt 66 % vo& rekening van de tv en 11,7% van de dagbladen. Het is duidelijk dat de tv op alle fronten wint. De reacties op de omslag van schrift- naar (overwegend) beeldcultuur zijn wisselend. De aanhangers van de zogenaamde reductie en passiviteitstheorie stellen dat tv-kijken leidt tot afstomping -een overdosis aan leed op het scherm maakt mensen immuun- en concentratievermindering, omdat tv-kijken minder reflectie zou vergen en meer impulsieve reacties losmaakt. Volgens Neil Postman staat bovendien alle informatie op tv gelijk aan amusement: wie ziet nog het verschil tussen een politicus tijdens een journaalinterview en in een spelprogramma? De aanhangers van de stimulatie-theorie stellen daartegenover dat tv veel positieve kanten heeft. Zij wijzen op informatieve school-tv-series en het meningsvormende karakter van praatprogramma's. Tv-programma's over boeken bevorderen het lezen (boekpromotie), het zien van een verfilming van een boek maakt velen nieuwsgierig naar het boek zelf. Positief is ook de sociaal-rituele functie van tv:, waar kerkdienst en gemeenschappelijke maaltijd veelal zijn weggevallen, is er altijd nog het gezamenlijk bekeken tv-journaal! Conclusie: Er is veel onaardigs en heel veel moois over tv te zeggen. Sinds Plato weten we al dat niets goed of slecht is; het hangt ervan af welk gebruik we ervan maken.

We doen er in elk geval goed aan het alomtegenwoordige medium tv niet te negeren. Integendeel. Er is alles voor te zeggen tv te integreren binnen het onderwijs. Bij vakken als geschiedenis en maatschappijleer gebeurt dit al. Tv-programma's vormen daar een deel van de lesinhoud. Bij het vak Nederlands, als communicatievak, zou het specifieke van tv als medium aan de orde kunnen komen. Hoe werkt het zenderboodschap-ontvangermodel bij tv? De docent moedertaalonderwijs heeft als wegwijzer in het taalverkeer ook hier een taak. Van communicatie-via-woorden naar communicatie via-woorden-plus-beelden is slechts een stap. Een mooie opdracht, maar is er ook tijd voor? Het antwoord is ja, als we ons realiseren dat er veel overlap is tussen talige en audiovisuele communicatie. Goede aanknopingspunten biedt het tv-journaal, dat met een kijkdichtheid van vier miljoen een bijna onaantastbaar prestige heeft. Als we bedenken hoe het nieuws verzameld, geselecteerd en gepresenteerd wordt, dan is het duidelijk dat er weinig verschil is tussen krant en tv-journaal. Ook publieksgerichtheid en human interest zijn in beide media sleutelbegrippen. Met andere woorden: vaak kunnen we communicatieve processen evengoed of wellicht beter! demonstreren aan de hand van tv. Door van één dag de journaaluitzendingen van NOS en RTL-4, eventueel aangevuld met het jeugdjournaal, met elkaar te vergelijken kunnen we leerlingen ervan bewust maken dat er uit het nieuwsaanbod altijd keuzes gemaakt worden. Deze zgn. horizontale analyse kan heel onthullend zijn. Interessant is ook de verticale analyse, waarbij volgorde en opbouw van bijvoorbeeld het NOS-

152