Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Kijk maar je ziet niet wat je ziet (Henk de Lange)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

journaal bekeken wordt. Met welk nieuwsitem wordt begonnen (de leader)? In welke volgorde worden de overige nieuwsfeiten gepresenteerd, welke gebeurtenissen krijgen veel of weinig accent? Vervolgens kunnen we de resultaten vergelijken met die van RTL-4 (of het BRT-journaal). Van belang is natuurlijk ook de wijze waarop de nieuwsfeiten ingeleid en gepresenteerd worden. Is er één presentator of zijn er twee, die elkaar minzaam de bal toespelen. Hoe is de woordkeus: formeel of (quasi-)gezellig (taalbeschouwelijk interessant materiaal!), hoe wordt de kijker toegesproken ("Dag allemaal!" bij het jeugdjournaal of "Goedenavond" bij het Nos journaal). Is de nieuwslezer afstandelijk of laat hij/zij ook iets van emotie blijken? De rol van de presentator kan nauwelijks overschat worden. Uiterlijk, uitstraling, alles doet mee. Als Pia Dijkstra een ander kapsel heeft, is er een stuk minder aandacht voor wát ze zegt. Het tv-journaal geeft vooral veel te zien. En daarmee komen wij bij wat de tv zoveel invloed geeft: de kracht van het beeld.

Nu is volgens Postman het kenmerkende van tv-beelden dat je er geen specifieke vaardigheden voor nodig hebt om ze te begrijpen, dit in tegenstelling tot lezen. Je hoeft geen alfabet te kennen; jong en oud kunnen naar het zelfde programma kijken. Vandaar het universele succes van tv. Toch is de situatie ingewikkelder dan Postman voorstelt. De werkelijkheid die ons getoond wordt op het tv-scherm is namelijk altijd een geconstrueerde werkelijkheid. Uit het vele beeldmateriaal is een keuze gemaakt, waarna de verschillende shots tot een nieuwe, filmische werkelijkheid gemonteerd zijn. Dat er gemonteerd is, heb je als kijker nauwelijks in de gaten, omdat de sporen van het produktieproces zijn uitgewist. Daarom kan de filmische werkelijkheid gemakkelijk aangezien worden voor de 'echte' werkelijkheid. Het zal duidelijk zijn dat hier kansen liggen voor manipulatie van de kijker. Nu is daarvan bij het naar objectiviteit strevende journaal in de regel geen sprake. Niettemin zal elke montage per definitie onze kijkhouding en interpretatie van de beelden sturen en beïnvloeden. Door middel van een vergelijkende analyse van een nieuwsitem kunnen we leerlingen hiervan bewust maken - bijna altijd een eye opener!

Zo'n kijkoefening kan er als volgt uitzien. Ga het aantal shots na (een shot = één ononderbroken cameraopname) van een item in journaal A en vergelijk dat met het aantal shots van het zelfde item in journaal B. Let vervolgens op de volgorde van de shots; de betekenis van een shot wordt mede bepaald door de voorafgaande en de erop volgende shot. Wat zijn de gevolgen van al deze verschillen voor de interpretatie van de beelden? Belangrijk is ook het commentaar dat bij de beelden gegeven wordt. Aangezien beelden van nature meerduidig zijn en pas door het verbale commentaar eenduidig worden, is het van beslissend belang wat er bij gezegd wordt. Elk commentaar is_ onvermijdelijk een interpretatie. Vergelijking laat vaak zien dat soms verschillende commentaren bij dezelfde beelden worden gegeven. Beelden kun je laten buikspreken.

Door het zichtbaar maken van audio-visuele codes kan de automatische kijkhouding doorbroken worden. Zie je wel wat je ziet?! Uiteindelijk gaat het net als bij lezen altijd om decoderen en interpreteren. Als we het bij lezen wel doen, waarom dan niet bij kijken? Niet zonder reden plaats ik lezen en kijken op één lijn, naast elkaar en dus niet tegenover elkaar. Beide media hebben veel gemeenschappelijks. Beïnvloedings- en manipulatietechnieken zien we ook in kranten en tijdschriften. Het is zinloos een tegenstelling te creëren tussen lees- en beeldcultuur. Zo wordt in Het

153