Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: De rol van de leraar Nederlands in het extra muros projectwerk (Mark Maes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

De rol van de leraar Nederlands in het extra muros

projectwerk

Mark Maes

1 De jaren zestig

Herinner u de vernieuwende verplichte ideeën die in de jaren zestig en zeventig (in Vlaanderen de tijd van het Vernieuwd Secundair Onderwijs) het pedagogisch landschap drastisch zouden wijzigen. De school zou meehelpen aan de revoluutsie; het in de koppen stampen van weetjes, werd verafschuwd en vervangen door probleemoplossend, ervaringsgericht, anti-autoritair werken. De maatschappij en dus ook de school moesten dringend 'ontschoold' worden; leraars waren immers schoolfrikken, die de natuurlijke creativiteit van de leerlingen onderdrukten door vragen te stellen waar ze zelf het antwoord al op wisten. Zo durfden de leraren het ook aan om de leerlingen te confronteren met dingen waar die leerlingen thuis en in hun lees- en vooral kijkgedrag nog nooit van gehoord hadden. De school mocht volgens sommige fundamentalisten van het normaal-functioneel (taal)onderwijs niets aanbrengen dat de leerlingen in principe al niet kenden. De onhoudbaarheid van deze stelling (dient de school immers niet juist ook om, aansluitend bij de reeds verworven kennis en belangstelling, nieuwe en onbekende perspectieven te openen?) werd overigens al vlug opgevangen door de notie 'integere leraarsbeïnvloeding' van Steven ten Brinke. Maar toch bleven vele leraren het testen van heel wat leerlingvreemde kennis zowaar voor maatschappelijke selectie te gebruiken. Zouden de vakleraren eigenlijk wel zelf slagen in de examens van hun collega's, mochten ze daaraan onderworpen worden?

Weg met de schoolse kennis dus; laat de school nauwer aansluiten op het leven, geef geen les over de realiteit buiten, maar ga met je klas naar die realiteit kijken (gaf Multatuli overigens reeds niet een soortgelijke raad in De Karper?); durf als leraar alleen maar vragen te stellen, opdrachten te geven, waar je het antwoord zelf nog niet op weet; verlaat de strikte scheiding tussen de leervakken, fixeer je niet op kennis, maar wel op vaardigheden en attitudes, werk aan vakoverstijgende projecten.

Een typische emanatie van al deze ideeën waren de 'openluchtklassen', die al van in de jaren '30 onder invloed van vernieuwende pedagogieën als die van Decroly en Freinet sporadisch georganiseerd werden. Midden van de jaren '60 werden die in België geïnstitutionaliseerd. Er werd, naar voorbeelden uit Canada en Joegoslavië bijvoorbeeld, een hele filosofie en praktijk uitgebouwd, en een netwerk van organisaties, studiediensten en participerende scholen. Werkte men aanvankelijk met het halvedagsysteem (een voormiddag les in de gekozen locatie, in de namiddag sportieve activiteiten en uitstappen), dan werd het projectmatig werken al vlug een must.

Naar Zee, de Ardennen, Oostenrijk ging men niet meer alleen om ook buiten het toeristisch seizoen even te kunnen pootje baden, boswandelingen maken of skiën; neen, men zou in de eerste plaats alle uitstappen en activiteiten concentreren rond een gekozen projectthema: water, flora en fauna en de daarbij betrokken menselijke activiteiten als landbouw, veeteelt, visvangst, industrie. Die zouden de werkweek of

155