Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: De rol van de leraar Nederlands in het extra muros projectwerk (Mark Maes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

zelfs veertiendaagse pedagogisch onderbouwen. Dus: geen schoolse lessen meer; ervaringsgericht, probleemoplossend, vakoverstijgend, attitudevormend (en u bedenkt zelf nog een paar termen) werken rond thema en project werden plicht.

Ondertussen zijn we in de jaren negentig; de revolutie is er niet gekomen, de crisis en stilaan de verwijzing uit het sociale paradijs van de Golden Sixties wel. Ook in onderwijsland lijkt er wel een restauratie op til: de Nederlandse Taalunie organiseerde al twee keer een congres over de 'Canon' - wat dienen leerlingen minimaal te kennen (nog zeer recent op vrijdag 5 november 1993 in Antwerpen); het Cultureel Woordenboek van prof. Kohnstamm en zijn ploeg, een lijst van wat een 'geletterde Nederlander' minimaal behoort te kennen, kent een oplage in de tienduizenden -straks komt er zowaar een Vlaamse variant met voor ruim een derde afwijkende inhoud. Basiskennis moet weer. Wordt de klok dus teruggezet? Heeft het binnen die context nog zin om te spreken over die 'geïntegreerde werkweken' uit de jaren zestig?

2 Waarom geïntegreerde projecten?

Jawel. Maar dan wel in volle bewustzijn van de voor- en nadelen van de methode en boven tijdsgebonden modes uit. Wie immers scherper toeluistert zal ook in de discussie rond de eindtermen heel wat ideeën uit die vernieuwende pedagogieën van toen terugvinden: de nadruk op attitudes, vaardigheden naast basiskennis, op vakoverstijgende waarden en werkmethodes (zoals het 'leren leren') bewijst dat. En evenzeer was het opvallend hoe professor Etienne Vermeersch, sedert kort ook vice-rector van de Gentse Universiteit, in zijn lezing op het Taaluniecongres van 5 november het kennisideaal van Diderot als voorbeeld stelde: geen encyclopedische kennis als een reeks van weetjes, maar wel gekoppeld aan een voortdurende kritische en evaluerende beoordeling, aan een maatschappelijke visie.

Is de leraar -die het allemaal heeft meegemaakt en uit al die vernieuwingen rustig zijn eigen cocktail samenstelde, kiezend uit het nieuwe alleen wat hem nuttig leek, en vertrouwend op eigen inzichten, routine en visie op wat goed onderwijs behoort zijn-niet een beetje een klas-Diderot in het klein? Een 'vakdidioot' (u vergeeft me dit zestigerswoord) die de leerlingen voor zijn 'stof niet weet te motiveren, die niet bereid is om het 'waarom' van de schoolse leerstof door te praten, zal het immers zeer vlug erg moeilijk krijgen in de klas. Laat me in verband met dit algemene onderwijskader -in het jaar van de herdenking van 100 jaar Van Nu en Straks- ook even verwijzen naar een tekst van hoofdredacteur August Vermeylen over onderwijs, die hij uitsprak in 1932:

"Maar wat is 'cultuur'? Dikwijls wordt daaronder niet veel meer verstaan, dan een uiterlijk teken van sociale onderscheiding. Iemand wordt geacht tot de cultuurwereld te behoren, wanneer hij sommige dingen weet, die mensen van een andere stand niet weten, wanneer hij bijvoorbeeld een Latijnse spreuk kan te pas brengen, een literaire historische zinspeling vatten, en zeggen wie Vercingetorix of Assoernazirpal was. Daartoe is niets anders nodig dan de kleine Larousse en wat geheugen. Maar dat heeft met de echt-menselijke waarde van een mens volstrekt niets te maken. Als iemand geen andere 'cultuur' bezit, dan is hij minder dan een boer die goed zijn werk verricht. Of gij veel 'weet', daar komt het niet zozeer op aan. Onder hetgeen wij geleerd hebben is er beslist veel, dat wij niet hoeven te weten. En het omgekeerde is even waar.

Neen, het criterium van cultuur, dat is haar uitwerking. Ze moet vruchtbaar zijn. Ze moet organisch deel

156