Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: De rol van de leraar Nederlands in het extra muros projectwerk (Mark Maes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

gesprekken en dergelijke). Die kunnen dan uitgewerkt worden tijdens avondactiviteiten in milieus of voor leeftijdgroepen die niet tot avondlijke excursies noden.

In elk geval dienen deze schrijftaken niet als een extra ervaren te worden; ons advies is minstens twee met de GWP verbonden taken als reguliere 'maandwerken' te laten meetellen: bijvoorbeeld één groepsverslag met persoonlijke globale evaluatie en één creatief opstel, waarin enkele logboeknotities, 'zijdelingse' bedenkingen, korte semi-literaire fragmenten: haikoes, rijmpjes, genoteerd taalmateriaal en dergelijke worden gepresenteerd. Zo dadelijk nog iets meer daarover.

6 Een praktijkvoorbeeld

De collega Frans bij ons op school stelde voor iets te doen rond het boek. Vooral bij de leraren viel dat voorstel in goede aarde: er wordt immers veel gepraat over de herwaardering van de cultuur op school, maar daarom in de praktijk niet zoveel daaraan gedaan. De school zou zich in elk geval kunnen profileren daarrond. Een tweede argument is het feit dat het thema in Brussel gewoon een Fundgrube aantreft:

Het thema slaat ook aan, omdat niet alleen de leraren talen, geschiedenis, godsdienst-zedenleer hierin aan hun trekken komen, maar ook de lerares chemie, de leraar economie (het economische belang van de boekensector wordt dikwijls onderschat), en de leraar wiskunde en informatica om al die cijfergegevens te verwerken, in diagrammen uit te printen en vooral in het juiste perspectief te plaatsen. Echt een integratie van alfa's en beta's dus.

7 Grote steden.

Het voorgestelde project rond het boek is verbonden met een grote stad. Het treft me dat zovele traditionele excursies naar de Europese cultuursteden dikwijls in een vrij toeristische vorm verlopen. Het is daarom niet altijd eenvoudig directie, collega's en ouders te overtuigen van de meerwaarde van een projectweek binnen de schooltijd naar Londen of Praag bijvoorbeeld. Toch heb ik herhaaldelijk ervaren dat het voorstellen van enkele deelprojecten rond welbepaalde thema's extra motiverend kan werken, en dat de leerlingen met volle inzet de hen toegemeten halve dagen echt gebruiken voor hun project. Dat is temeer zo, aangezien hun verslagen 'meetellen' voor het gewone schoolwerk. Zo zijn er in grote steden projecten rond het verkeersbeleid (afremmen of stimuleren van het autoverkeer), rond de historische bouwstijlen, de relicten en stille getuigen van de geschiedenis, hoge en lage cultuur in de stad, een vergelijking van prijzen, koopkracht, aanbod, huur en vastgoedprijzen, de sociale stratificatie van de stad: arme en rijke wijken, concentratiegebieden, de (on)zichtbaarheid van de 'duale samenleving', de criminaliteit (contact met de politie, het leren in juist perspectief plaatsen van statistische gegevens), natuur, groen en wetenschappen in de stad, eerste, tweede, derde en vierde economische sectoren, de pluriculturaliteit (aanbod aan concerten, theaters, restaurants) enzovoort. In Brussel en Londen wordt dit gemakkelijker gemaakt door diverse organisaties die soortgelijke thematours voorstellen: die kunnen gaan van een Art Nouveau-gidsing tot een verkenning van het Europese kwartier, contacten met de Franstalige instellingen, relicten van de tweede

160