Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: De rol van de leraar Nederlands in het extra muros projectwerk (Mark Maes)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

industriële revolutie, een lijfelijke ervaring van de problematiek rond drinkwatervoorziening en de vervuiling van de overwelfde Zenne, bezoeken aan (al te) dure woningen en renovatieprojecten enzovoort. Het veronderstelt allemaal van de begeleidende leraren wel voorkennis en creativiteit bij het uitdenken van enkele minimale en flexibele opdrachten en motiverende vraagstellingen - men dient de locatie immers enigermate te kennen, anders verliest men teveel tijd bij het selecteren uit het overaanbod.

8 Scholenuitwisselingen.

Deze werkwijze verdient ook aanbeveling voor scholenuitwisselingen. Traditioneel ging men inderdaad, al dan niet gelijktijdig of wederkerig, 'in elkaars klas zitten': probleem daarbij waren de veelvuldige afspraken om de lessen in het curriculum in te kunnen passen, plus het feit dat er grote taalvaardigheid wordt verondersteld bij anderstalige contacten (Vlaanderen-Wallonië, of Scandinavië-Nederland bijvoorbeeld). Daarom stapte men hier al vlug over op het halvedagsysteem.

Echt functioneel worden deze activiteiten pas als ze in GWP-vorm opgezet worden: de traditionele loop van het schooljaar wordt even doorbroken voor een thematisch project. Niet alleen kan zo de kennismaking met alle interessante aspecten van de bezochte locatie uitgediept worden, maar ook kunnen de leerlingen op hun eigen taalvaardigheidsniveau en via de beperking en doelgerichtheid van de deelprojecten op een persoonlijke manier aan uitwisseling doen. Daarbij kunnen de thuisleerlingen dan hun gasten gidsen, en zullen ze dikwijls verwonderd staan over wat de gasten wel en zij niet meer zien. Op dit moment starten we in het Vlaams Onderwijscentrum van Brussel dergelijke schooluitwisselingen op met scholen uit Vlaanderen, die immers hun hoofdstad nauwelijks blijken te kennen en heel wat vooroordelen hebben. En dat terwijl het ondanks alle vernietigingen toch zo'n bruisende stad is -lees er Geert Van Istendael maar op na. Misschien komt er ook belangstelling vanuit Nederland voor die stad waar straks beslist wordt of het Nederlands nog zijn status van A-taal zal mogen behouden binnen de grote Europese Unie.

9 Specifiek Nederlands.

Laat me deze lijst smaakmakers en suggesties afronden met enkele deelprojecten, tussen andere activiteiten doorlopende opdrachten, specifiek gericht op de leraar Nederlands. Men kan enkele geporteerde leerlingen vragen te luistervinken en te vergelijken met het eigen taalgebruik: flarden gesprekken, opschriften, gespreksformules in de tram, in stations, in een wisselkantoor -vooral als het om Vlaams-Nederlandse contacten zou gaan, contrastief. Enige voorkennis over dialectklanken, belgicismen of hollandicismen is wel vereist, maar wordt zo functioneel, leuk zelfs.

Boeiend is de naamgeving van straten, pleinen, wijken. Zo kan men een kleine geschiedenis opstellen, alleen op grond van eigennamen: in Brussel zullen 'Borgwal', 'Groot-Eilandstraat' naar de vroeg-middeleeuwse oorsprongen verwijzen; voor Amsterdam: Warmoesstraat, Rokin, Singel ...; handels-, fabrieks- en soortgelijke straten naar de industriële of administratieve opvulling van braakland in de 19e eeuw.

161