Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Integratie van eerste- en tweedetaalonderwijs in de onderbouw van het Voortgezet Onderwijs (Theun Meestringa)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

dat zijn niet alleen allochtone leerlingen. In het onderwijs moet het (voortgezet) taalverwervingsproces een plaats krijgen. Ten tweede is het onderwijs Nederlands in het algemeen nog niet afgestemd op de benodigde schoolse taalvaardigheden, zoals vakteksten lezen, studievaardigheden en produktief schriftelijke vaardigheden. Illustratief voor de verschuiving naar taalvaardigheid met slechts geringe aandacht voor de taalverwerving zijn twee recente, goed ontvangen publikaties voor docenten Nederlands. Daarin ontwijkt men het vraagstuk: Nederlands in de basisvorming; een praktische didactiek (Bonset e.a. 1992) houden expliciet geen rekening met tweede-taalleerlingen; Een leerplan Nederlands (Verbeek 1993) differentieert niet naar verschillen tussen eerste- en tweede-taalleerlingen.

Ook het tweede-taalonderwijs in het vo voor onderinstromers biedt op dit moment geen oplossing. Het is veelal remediaal: het vindt buiten de reguliere les plaats, en de docenten zijn er vaak niet specifiek voor opgeleid. Er is wel extra materiaal voor schoolse taalvaardigheden beschikbaar. Daarin zit vaak een taal(verwervings)deel, zoals het 'woordenblok' achterin Weet wat je leest (Lijmbach e.a. 1990). Maar tweede-taalsprekers hebben relatief weinig ervaring met pragmatische aspecten van het Nederlandse taalgebruik en daaraan wordt vrijwel geen aandacht besteed.

Voor docenten Nederlands is er dus een probleem, dat extra lastig is omdat het bij de NT2-leerlingen in het voortgezet onderwijs gaat om voortgezette taalverwerving: de leerlingen beheersen Nederlands behoorlijk, maar onderling in zeer verschillende mate. Dat roept vragen op als: wat zijn hun leerbehoeften, hoe is hun taalverwerving het best te ondersteunen, wanneer kan ik daar aan werken? Er zijn tal van redenen om te werken aan de integratie van onderwijs in Nederlands als eerste en tweede taal. Wij denken dat dit heel goed kan en dat het meer moet zijn dan aanvullend materiaal, want dat schept voor de docent lastige invoeringsproblemen. In dit artikel geven we aan wat er dan wel zou moeten gebeuren.

3 Visie

Bij het uitwerken van de vraagstelling hebben we de volgende opstelling gekozen. De leerlingverschillen zijn in vo-1 vrij groot en hoe groter en complexer de verschillen zijn, hoe minder een en dezelfde, klassikale aanpak voor alle leerlingen geschikt is. De complexiteit van de leerlingverschillen, die zich bovendien per leerling lastig laten beschrijven, maken het noodzakelijk de leerling als individuele, min of meer autonome taalleerder te benaderen. Leerlingen hebben hun eigen behoeften en interesses en ze moeten de gelegenheid krijgen hun eigen leerproces te beïnvloeden. Middelen hiervoor zijn het aanleren van taalleer- en taalgebruiksstrategieën en het stimuleren van zelfbeoordeling. De T2-leerling staat voor verschillende klussen: hij moet leren het taalaanbod te verstaan, leren begrijpelijk te zijn en leren de T2 zo correct mogelijk te hanteren in situaties waarin dat vereist is. Hij of zij kan geholpen worden bij het analyseren van deze taken en de feedback moet daarop worden afgestemd.

We vinden bovendien dat je de leerlingen zo weinig mogelijk moet confronteren met additioneel of remediaal taalonderwijs, los van het programma Nederlands. Het werken met een integrale leergang pakt gunstig uit voor NT2-leerlingen, die minder apart hoeven te werken. Een integrale leergang kan zo het pedagogisch klimaat op

169