Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Dertien vragen over een taalmethode (Paul Mesdagh, Jos Thijssens & Eric Tytgat)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

staan de opdrachten. Daarin werkt de leerling. De bladen gaan best in een map, zodat de leerling plaats heeft om zelf gevonden teksten en allerlei vormen van aanvullende (onder andere actuele) documentatie op te bergen. Met de handleiding beschikt de leraar over een document dat hem bij elke les begeleidt, steunt, stimuleert. De handleiding is de voorbereiding. Bronnenboek, werkmap en handleiding bestaan telkens uit acht blokken, alle afgesloten door een flard poëzie:

  1. LUISTEREN, SPREKEN, KIJKEN

  2. TAAL- EN STUDIEVAARDIGHEID

  3. LEZEN

  4. SBHRIJVEN

  5. TAALGEBRUIK EN TAALBESBHOUWING

  6. SPELLING

  7. DIBTEES

  8. TEKSTVERWERKING

3 Is er een alternatief voor een thematisch opgebouwde methode?

Jarenlang werkte ik in de beroepsvoorbereidende afdeling met thematisch opgebouwde lessenreeksen. Heel enthousiast knutselden we met een lerarenteam themamapjes in elkaar die alle algemene vakken omhelsden. Dat ging één schooljaar goed. Het tweede jaar wisselde het team, dus ook de accenten verschoven. Sommige thema's moesten worden aangepast, andere volledig herwerkt. Het derde jaar bleken een aantal thema's aan actualiteitswaarde te hebben ingeboet. Al iets minder enthousiast werden ze vervangen, niet meer zo vanzelfsprekend in teamverband. Uiteindelijk dreven de vakken zo ver uit mekaar, dat ze nog nauwelijks raakpunten hadden binnen de thema's. Ten slotte worstelde ieder nog in stilte met zijn eigen thema's. Door de toenemende druk op de werkuren van docenten kwamen we er niet meer toe om de thema's jaarlijks te actualiseren. Het werken met maatschappelijk gebonden thema's was te arbeidsintensief gebleken om het -op een behoorlijk niveau- vol te houden.

Ook bij de leerlingen merkten we vaak een zekere verveling; een thema mocht beslist niet langer dan drie weken worden aangehouden. Na een tijdje werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt: ik had mijn leerlingen onder andere geleerd voor zichzelf op te komen en een eigen mening te hebben, maar ik had verzuimd het draagstel van hun gedachten, hun taal, op een aanvaardbaar peil te brengen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat je het thematisch onderricht vaarwel moet zeggen. Als je goed plant en doseert, hoef je een hoop materiaal niet elk jaar te vervangen.

Taalkracht tien is niet als een thematische methode opgebouwd, maar kan wel zo worden gebruikt. De teksten, voorbeelden, opdrachten in die lessen werden geselecteerd op basis van hun bruikbaarheid en de manier waarop ze bij de belangstellingswereld van de kinderen aansluiten. In verschillende lessen worden dan ook dezelfde onderwerpen op een wisselende manier worden benaderd. Door zelf selecties te maken op basis van onderwerp, kan de leraar zijn eigen (mini)thema's samenstellen.

4 Hoe wordt in het leven gedifferentieerd en hoe in schoolboeken?

De discussie over het belang van heterogene klassen hoeft niet meer te worden gevoerd. Iedereen is daarvan wel overtuigd. Dat sommige schooldirecties nog homogene klassen in het leven roepen en houden is een ander feit, waaraan weinig pedagogisch-didactische overwegingen te pas komen. In heterogene klassen is een

177