Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Dertien vragen over een taalmethode (Paul Mesdagh, Jos Thijssens & Eric Tytgat)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

bezitsbetekenis van bezittelijke voornaamwoorden: mijn trein, onze leraar. Je bank en je verzekeringsteam doen altijd met je mee.

* Syntaxis

Nu kan het nog. Sorteer.

Sorteer nu het nog kan.

Sorteer, nu kan het nog.

Kan het nu nog? Sorteer! Lerarenniveau verminderd/t?!

12 Hoe zinvol is een gecorrigeerd 'bloedbaddictee'?

Spellingvastheid moet vooral groeien door het inslijpen van woordbeelden, niet door het inslijpen van van spellingregels. Die spellingregels mogen wel uitgebreid aanwezig zijn in handboeken of leerlingenmappen, maar ze dienen niet om te worden gememoriseerd. Ze zijn een werkmiddel. Bij twijfel moet de leerling in staat zijn snel de gepaste regel te vinden. De lessen spelling zijn een hulpmiddel, geen doel.

De dictees met 'wolfijzers en schietgeweren' kunnen enkel tot nut hebben de leerlingen te intimideren. Dictees bevatten geen opeenstapeling van moeilijkheden. Ze geven de leerlingen vertrouwen in het schriftelijk taalgebruik. De moeilijkheidsgraad kan systematisch worden opgevoerd. Leerlingen willen zich immers ook meten met zichzelf, willen ook hun grenzen verleggen. Na het dictee -en voor de correctie!-krijgen de leerlingen de gelegenheid om bronnen te raadplegen, zodat ze hun werk zo foutloos mogelijk kunnen afgeven.

13 Ook een computer (tekstverwerking) in de lessen Nederlands?

De confrontatie met de computer mag in de lessen Nederlands niet worden ontweken. Schrijven met de 'tekstverwerkingsmachine' kan voor de leerling een stimulans zijn om (meer en beter) te schrijven. Veel leerlingen zijn al van huis uit min of meer met de computer vertrouwd. De oefeningen die we voorstellen zijn eenvoudig. Na de eerste meer technische oefeningen komen vooral taalbeschouwelijke oefeningen aan bod. Enkele voorbeelden:

de essentiële toetsen van het toetsenbord kennen;

fouten in een tekst verbeteren;

punten en komma's in een tekst plaatsen;

spellingfouten uit een tekst verwijderen;

de woordvolgorde in een zin wijzigen;

woorden in een zin invoegen, wijzigen en verplaatsen; woorden uit een tekst verwijderen;

woorden vervangen en daarbij de zin aanpassen;

zinnen maken met vraagwoorden die achter de zin staan;

zinsdeelstukken en zinnen langer en korter maken;

zinsdelen ordenen (tot een goede zin);

tekstdelen ordenen;

de lay-out van een tekst wijzigen en verfraaien.

183