Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Een onderzoek naar voorleesteksten (Wam de Moor, Dees Maas & Hermance Wissink)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

"Ervaring heeft geleerd dat de spreekwoordelijke speld door de klas echoot". Heel wat respondenten maken kenbaar dat ze graag meer favoriete teksten zouden noemen.

3.1 Overzicht van de criteria voor de keuze van favoriete voorleesteksten

We vroegen de docenten waarom zij voorlezen. Het enquêteformulier was in dit opzicht richtinggevend. De vijf mogelijkheden zijn in §1 genoemd. Het viel nogal wat invullers moeilijk de categorieën 3, 4 en 5 uit elkaar te houden. Zo wordt, bijvoorbeeld, telkens door andere docenten, het existentialisme bij alle drie genoemd en humor bij categorie 3 én 4. Dit gebeurt bij meer aanduidingen. Ook komt het voor dat antwoorden die men bij 'literair verschijnsel' zou verwachten, bij 'thema' of 'anders' staan, en omgekeerd. Waar het onzes inziens op neerkomt, is, dat men ofwel voorleest zonder van leerlingen een studieuze houding te verwachten en hen bijvoorbeeld in een nagesprek slechts aanspreekt op hun beleving van de voorgelezen tekst, ofwel voorleest met een waarschuwing vooraf of toelichting achteraf: zo zit deze stijlfiguur of deze beeldspraak in elkaar. Ook hier werkt door de tegenstelling tekstervaring - tekstbestudering, maar uit veel antwoorden blijkt dat men deze twee dikwijls integreert. We geven nu eerst de tabel waarin alle genoemde criteria verzameld en uitgesplitst zijn.

Tabel 4 Door respondenten genoemde criteria bij vermelde teksten

criterium   onderbouw   bovenbouw totaal

  1.          107   37 %   74   30 %   181   33,5 %

  2.          97   33 %   63   25 %   160   30 %

  3.          34   12 %   53   21 %   87   16 %

  4.          53   18 %   32   13 %   85   15,5 %

  5.          n.v.t.   25   11 %   25   5 %

totaal 291 100 %   247   100 %   538   100 %

3.2 Toelichting bij het overzicht

3.2.1 Voorlezen ter bevordering van de leesbeleving

Leerlingen enthousiast maken voor het lezen van boeken, dat is de voornaamste reden waarom wordt voorgelezen. De docenten willen aantonen dat lezen helemaal niet saai hoeft te zijn. Het belang van voorlezen voor de leesbevordering blijkt bijvoorbeeld uit deze opmerking: "In groepen waar weinig gelezen wordt, lukt het mij steeds weer op deze wijze enkelen over de drempel het leesparadijs binnen te leiden".

3.2.2 Voorlezen als illustratie bij de leerstof

In deze categorie treffen we twee soorten verwijzingen aan: een type dat te maken heeft met stijl en structuur (criterium 3) en een tweede type waarbij de thematiek het uitgangspunt vormt (criterium 4). Een belangrijke legitimering van het voorlezen vinden vele docenten, vooral in de bovenbouw, in het gebruik van de voorleestekst als illustratie bij de leerstof. Op het toch bescheiden aantal enquêteformulieren is het aantal verwijzingen naar leerstofelementen enorm: 99.

Bij eenzelfde tekst worden vaak meerdere criteria aangegeven. Zo noemt men Bomans' 'De rijke bramenplukker' als voorbeeld van een sprookje, maar ook om te laten zien wat een vergelijking is; gebruikt de ene docent Het mirakel van Mulisch als voorbeeld van het

188