taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)


Bijdrage: Uitspraakleer (Ward Peinen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

zien er nog altijd heel anders uit. Wij gingen ervan uit dat het met de waardering van de uitspraak dezelfde kant opgaat. Wat we zeggen is een soort auditief visitekaartje en dat bieden we toch liever niet aan als het beduimeld is. Wij zijn dan ook de mening toegedaan dat didactisch-pedagogische tolerantie t.a.v. dialect niet noodzakelijk het algemene streven naar een zo zuiver mogelijke uitspraak van het Nederlands in de weg hoeft te staan.

Wij vinden bijvoorbeeld dat de uitspraak met halflange o van het woord gewoon correcter is dan de diftongering waarmee de Nederlanders die klank bewerken. Wellicht is demèntie een veel gevaarlijker ziekte dan dementiè, maar wij hebben geen moeite met mensen die daar anders over denken. Wij hebben wel een klein beetje moeite met Vlamingen die mordicus 'Hollands' willen klinken teneinde noordelijk van onze landsgrens toch maar niet als Vlaming gedetecteerd te worden.

We zijn er ons inmiddels van bewust dat op uitspraakboekjes een bepaald stigma kleeft : men vindt ze betuttelend, of al gauw achterhaald, of ver verwijderd van de dagelijkse functionele taalgebruikssituaties. Daarom gaan er ook altijd weer stemmen op die zeggen: uitspraakonderwijs, zo dat al nodig mocht zijn, moet geïntegreerd worden in de andere taalonderwijscomponenten. Het is nog maar de vraag wat met geïntegreerd wordt bedoeld. Je kunt iets zo integreren dat het onder de oppervlakte verdwijnt. Onze benadering is: luister, die klank in dat woord klinkt zo, spreek het woord eens uit -eerst apart en dan in een zinnetje zoals we er per dag wel tientallen gebruiken- en gaandeweg gaat het woord voldoende gaaf klinken in levensechte dialoogjes. Zonder de zwaarte van academische theorieën. Maar we zijn wel voorstander van enige regelmaat in bewustwording en oefeningen (die overigens niet eens zo lang moeten duren).

Dat is overzichtelijk, bevattelijk, berekend op succeservaring en zelfs bruikbaar voor de niet-Nederlandstalige die zich de uitspraak van onze taal eigen wil maken via confrontatie met voorbeelden die boven en onder de Vlaams-Nederlandse grens (wederzijds) worden aanvaard.

Of daar ooit eenklank uit voortkomt, weten we niet. Misschien is die ook niet zo heel echt nodig.

Noot

1. Co-presentatoren en co-auteurs waren Jelle Aalbrecht en Paul Sas.

199

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties