Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Teksten leren becommentariëren aan de hand van een formulier (Joop Rosier)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

gezamenlijk bespreken hoe de tekst verbeterd kan worden opdat de lezer gemakkelijker de boodschap van de tekst kan begrijpen. Als die van een commentator beter is moet besproken worden wat in de tekst verbeterd moet worden om de boodschap van de schrijver ook inderdaad in de tekst terug te vinden. Met een dergelijke voorbereiding zullen de schrijvers bij een volgende schrijf- en commentaarronde beter weten waarop ze moeten letten bij het ontvangen commentaar en hebben ze enig idee hoe ze het bij het herschrijven kunnen gebruiken.

Voor opdracht 5 gaat hetzelfde op. Ook hier kunnen voorbeelden van alinea's met commentaar uit een eerdere commentaarronde aan de leerlingen worden voorgelegd. Ze moeten ook dan vaststellen waarin de omschrijvingen verschillen en of er een juiste omschrijving van de alinea bij is. Als de commentatoren niet de juiste omschrijving hebben gegeven moet worden nagegaan of daarvoor een oorzaak aan te wijzen is. Behandelt de schrijver misschien te veel tegelijk in een alinea? Is het wel gemakkelijk vast te stellen wat de schrijver in die alinea wil behandelen? Is er wel een duidelijk verband tussen deze alinea en de voorafgaande of volgende?

Zijn de opdrachten 4 en 5 met zulke gerichte opdrachtjes waarschijnlijk snel effectiever te maken, opdracht 8 zal vermoedelijk pas op basis van uitgebreidere lessenreeksen meer effect vertonen. Om iets met een waardering 'interessant/saai' te doen moet een leerling bijvoorbeeld weten hoe elk onderwerp vanuit verschillende invalshoeken besproken kan worden of hoe zijn stijl pakkender kan worden. Hetzelfde geldt voor een waardering 'simpel/ingewikkeld' die op de opbouw betrekking heeft: een leerling moet eerst wel iets weten over de opbouw van teksten, en dat kunnen toepassen bij het schrijven. Naarmate leerlingen dit beter beheersen, kunnen ze als commentator ook een betere motivatie geven voor hun meningen, waardoor het commentaar in bruikbaarheid toeneemt. Overigens zullen de lessenreeksen waarin deze stof behandeld wordt voor de docent niets nieuws bevatten want ze zijn altijd al gegeven. Alleen zal de docent iets aan de transfer moeten doen: voordat hij of zij de leerlingen commentaar laat geven moet de aanwezige voorkennis over opbouw, stijl e.d. gemobiliseerd worden.

Met dit alles heb ik willen laten zien dat leerlingencommentaar bij het herschrijven niet in één keer effectief hoeft te zijn. Maar een docent die er verder mee wil gaan kan uit zo'n eerst poging in ieder geval genoeg aanwijzingen halen om zijn of haar commentaar- en herschrijflessen effectiever te maken.

208