Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: Een jeugdliteraire canon: een zegen voor het literatuuronderwijs? (Harry Bekkering)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Wellicht kun je naar aanleiding van de geschetste ontwikkelingen in de jeugdliteratuur zelfs parallellen zien met recente ontwikkelingen in de literatuur voor volwassenen. Wat zich daar enige tijd geleden -door de kritiek zo genoemd en getuige Nederlandse literatuur. Een geschiedenis door de literatuurhistorici overgenomen- als Revisorproza manifesteerde, doet zich bijna tegelijkertijd, slechts een fractie later, voor binnen de jeugdliteratuur. Een 'bewijs' voor deze stelling zou men kunnen zien in de speciale aflevering, gewijd aan jeugdliteratuur, van hetzelfde tijdschrift (1986) en ook, nog recenter, in het jeugdliteratuurnummer van Raster (1991), evenzeer een tijdschrift met opvattingen over literatuur die men niet direct met jeugdliteratuur zou verbinden.

Vraag is nu natuurlijk wat voor consequenties men aan deze ontwikkelingen voor het literatuuronderwijs zou willen verbinden. Ik zou zeggen deze: als men zaken als 'cultuuroverdracht', 'tekstbestudering', 'de literaire canon' belangrijker acht dan 'leesplezier' of 'tekstervaring' (om maar eens een paar termen te noemen uit een bepaalde literatuurdidactische hoek), zou men positief gestemd moeten zijn over de geschetste ontwikkelingen. Waarom? Omdat ze de docenten Nederlands de gelegenheid zullen geven een vloeiende(r) overgang te bewerkstelligen naar het literatuuronderwijs in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Al ben ik me er maar al te zeer van bewust dat menig literatuurdidacticus in een dergelijke stellingname het zoveelste bewijs zal zien van de te grote afstand tussen literatuurwetenschap c.q. universitaire neerlandistiek en de praktijk van het onderwijs. Het zij zo. Mijn adagium is met een variatie op Bordewijk: de meester mag hoogstens didactisch-methodisch dalen, niet inhoudelijk, immers de scholier moet klimmen. Ik dank u voor uw aandacht.

Bibliografie

Buul, Tine van, Aukje Holtrop, Murk Salverda en Erna Staal (red.), Altijd acht gebleven, 's-Gravenhage/Amsterdam 1991

Vries, Anne de, 'Het verdwijnende kinderboek. Opvattingen over jeugdliteratuur na 1980'. In: Leesgoed, 17 (1990), p.64-68.

21