Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: De totaalmethode basisvorming Goed Nederlands (John B. Vorenkamp)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

De totaalmethode basisvorming Goed Nederlands

John B. Vorenkamp

In onze presentatie zetten wij uiteen welke vakinhoudelijke en vakdidactische keuzes gemaakt zijn bij de ontwikkeling van Goed Nederlands. De wijze waarop de vier taalbeheersingsonderdelen lezen, schrijven, spreken en luisteren in de edities voor het eerste en tweede leerjaar zijn uitgewerkt en het differentiatiemodel staan daarbij centraal:

De hoofdstukken in alle edities van Goed Nederlands zijn opgebouwd rond één thema: Het voordeel van het werken met thema's is dat de lessen waarin de teksten en opdrachten behandeld worden een zekere inhoudelijke samenhang vertonen: Omdat de leerstof in de leergang centraal staat, is Goed Nederlands geen thematische methode.

Uitgaande van het thema worden de vier taalvaardigheden -lezen, schrijven, spreken en luisteren- aangeboden in voor leerlingen herkenbare situaties waarin zij individueel, in tweetallen of in kleine groepjes uitgedaagd worden receptief of produktief actief te zijn:

Voorafgaand aan de opdrachten wordt de theorie kort en helder geformuleerd: De beginopdrachten hebben vaak de functie om bestaande kennis te activeren, waaraan vervolgens iets nieuws wordt toegevoegd. Daarnaast herhaalt de eerste opdracht vaak eerder behandelde stof.

Door de veelal deductieve lesopbouw (eerst theorie en dan oefenen) zijn leerlingen in staat grote delen van de leerstof zelfstandig te verwerken: Zo wordt leerlingen veel houvast geboden. Om de leerlingen actief bij de leerstof te betrekken en de voorkennis van leerlingen te activeren onderbreken we waar mogelijk de deductieve opbouw: Termen en noties die in het taalvaardigheidsonderdeel lezen aan de orde komen, worden bij de overige vaardigheden (schrijven, spreken, luisteren) gehanteerd. In de editie voor het eerste leerjaar gebeurt dat impliciet. Leerlingen worden zo gestimuleerd zelf verbanden te ontdekken met behulp van de kennis die ze hebben opgedaan, bedoeld om hun communicatieve vaardigheden te vergroten. In de edities voor het tweede een derde leerjaar hebben we de dwarsverbindingen tussen de vakonderdelen meer geëxpliciteerd. Zo spreken we in de editie voor het derde leerjaar van 'luisterdoel' en 'luistermanier', gekoppeld aan de termen 'leesdoel' en 'leesmanier' bij lezen.

Goed Nederlands besteedt veel aandacht aan het lezen en begrijpen van zakelijke teksten. Uit allerlei niveaupeilingsonderzoeken blijkt dat resultaten op het gebied van de leesvaardigheid nogal tegen vallen. Bij aansluiting van het voortgezet onderwijs op het hbo of het universitair onderwijs geeft dit problemen. Door extra aandacht te besteden aan het lezen van zakelijke teksten en in dat verband leesstrategieën zijn wij ervan overtuigd een bijdrage te leveren aan een vergroting van de leesvaardigheid: Wij vinden dat van groot belang voor latere studie en beroep en niet in de laatste

230