Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 7 | Zevende conferentie Het Schoolvak Nederlands (1994)

Bijdrage: De totaalmethode basisvorming Goed Nederlands (John B. Vorenkamp)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

plaats voor de transfer naar andere schoolvakken.

In het onderdeel Werken met informatie worden leerlingen via duidelijke stappenplannen vertrouwd gemaakt met leesstrategieën, zodat ze leesdoelen, kernwoorden, kernzinnen, hoofdzaken, bijzaken, e.d. leren onderscheiden. Ook strategieën voor het omgaan met moeilijke woorden in een tekst, het maken van aantekeningen en het schematiseren worden aangeleerd. Bij het aanleren van leesstrategieën of leesmanieren is het de bedoeling dat leerlingen zich bewust worden van het feit dat het lezen en verwerken van teksten een proces is, waarbij een aantal stappen genomen moet worden: in het begin heel bewust en tenslotte automatisch, Ze moeten inzien dat de strategieën op alle mogelijke teksten toepasbaar zijn en niet alleen op teksten waarmee geoefend wordt. De strategieën zijn ontleend aan de leesstrategieën die worden toegepast in Weet wat je leest, een methode voor tekstbegrip die tot stand is gekomen door de Vakgroep Taalbeheersing van de Rijksuniversiteit te Groningen:

De leerlingen leren een tekst voorafgaand aan het lezen op een aantal punten te bekijken. Bij deze activiteit wordt geleerd dat de inhoud van een tekst tot op zekere hoogte te voorspellen is. Ook vindt reflectie plaats op voorkennis en eigen ervaring: Deze eerste stap in het stappenplan 'lezen', bevordert het doelgerichter lezen:

Daarna leren leerlingen zich bewust te worden van het feit dat teksten niet allemaal op dezelfde manier aangepakt moeten worden, maar dat bij elke tekst een manier van lezen (= strategie) gekozen moet worden die afhankelijk is van het gekozen leesdoel of de informatiebron of de belangstelling: We onderscheiden drie leesmanieren: zoeken, doorlezen en goed lezen. De te nemen stappen zijn achterin het boek in de vorm van een leeskaart geschematiseerd.

Bij de systematische aanpak van tekstbegrip wordt uitgegaan van de totale tekst. Heel geleidelijk wordt ingegaan op details: Deze 'top-down' benadering vergroot het inzicht in teksten en stelt leerlingen in staat om met een aantal begrippen zelfstandig te leren werken.

Bij het schrijven staat naast het schrijfprodukt het schrijfproces centraal. In het eerste leerjaar staat in het begin het overwinnen van schrijfangst en het schriftelijk vastleggen van gedachten en gevoelens op de voorgrond: In de delen voor het tweede en derde leerjaar komen meer formele aspecten aan de orde. Leerlingen schrijven verschillende tekstsoorten en worden bij de produktie ervan gesteund door concrete schrijfstrategieën en schrijfregels die geschematiseerd in het boek zijn opgenomen: Ook een belangrijk aspect als doel- en publiekgericht schrijven krijgt veel aandacht: Leerlingen leren zich af te vragen welke tekstsoort het geschiktst is voor het bereiken van een vooraf vastgesteld communicatief doel. Daarbij worden zij bewust gemaakt van taalgebruik, stijl, middelen en toon die de kans op het realiseren van het doel vergroten. Met name in het tweede en derde deel wordt gewezen op de ondersteuning die de tekstverwerker kan bieden.

In het eerste deel wordt een begin gemaakt, maar vooral in het tweede en derde deel wordt veel aandacht besteed aan het schrijfproces. Het verzamelen van gegevens op basis van bronnen, het opstellen van een schrijfplan en het reflecteren op eigen en andermans voorbereiding en voorlopig produkt nemen een belangrijke plaats in, om

231